woensdag 30 november 2005
hot news
donderdag 24 november 2005
dinsdag 25 oktober 2005
ontdekking
Waarom weet ik niet, maar opeens keek ik naar boven.
Met mijn hoofd in m'n nek tuurde ik naar de top van het gebouw.
'Je gaat nu niet menen dat dit de Peperbus is!'
'Stom he? Maar het is inderdaad de Peperbus, ik kwam er ook pas achter!'
...terwijl we er misschien al wel twintig keer langs waren gelopen de laatste tijd .
zaterdag 22 oktober 2005
block
maandag 3 oktober 2005
Opnieuw Mimi, alles nog een keer. Volgens velen beter, volgens ons ongeveer hetzelfde, wie zal het zeggen?
Er speelde nogal wat bij mij. De vorige keer was ongeveer een week voor het overlijden van mijn tante, het overlijden van jouw vrouw. Van me verwacht werd dat ik er gewoon weer zin in had, dat ik het leuk zou vinden en er net zo van zou genieten als de vorige keer.
Maar ik kon het niet.
Elk seconde die ik alleen achter de schermen doorbracht dat ik terug aan die dagen kort nadat het gebeurd was. Ons weerzien, weken te vroeg…
Tranen…
Ik zag je grote gestalte zitten op de tweede rij, tussen de rest van de gemeente. Ik zocht je blik, je keek me niet aan. Ik probeerde vol overgave te zingen dat ik geloofde, vertrouwde… Maar érgens lukte het me niet. Ik kon niet voelen wat ik de vorige keer voelde.
Ik kan gewoonweg niet begrijpen dat jouw dit moest gebeuren. Hoeveel pijn moet een mens verdragen? Het was teveel, voor jou, voor mij.
Ik wil niet zeggen dat ik niet meer geloof. Wél dat ik het momenteel nog steeds erg moeilijk vind om te geloven. Ik kán even niet bidden, niet naar de kerk gaan, niet volmondig zeggen dat ik geloof.
Twijfel is er altijd, bij iedereen…. Écht!
Waarom?
Onbegrepen
Verdriet
Pijn
Waarom?
Zó alleen…
maandag 19 september 2005
Vertrouwen
…om samen lol mee te hebben…
…om samen mee te huilen…
…om samen mee te winkelen, uit te gaan, vervelend te doen op school…
Meiden waarvoor je iets voelt wat nauwelijks te omschrijven is. Waarvan je gewoon wéét dat je ALTIJD bij ze aan kan kloppen, no matter what. Die je altijd zullen steunen, omdat je zó verschrikkelijk verdrietig bent, omdat ze met je mee willen voelen, het liefst een klein beetje pijn van je overnemen om de jouwe iets te verlichten…
Je hoeft het niet altijd eens te zijn, mag zelfs totaal verschillende opvattingen hebben…
Je mag bést eens over elkaar roddelen, een keertje lullig doen of gewoon even pissig zijn. Er zijn alleen een paar regels;
‘De ongeschreven vriendinnenregels’
Iedereen kent ze, weet dat je ze niet mag overtreden. Overtreding betekent nou eenmaal bijna altijd geen vriendschap meer. Maar ach? Wie overtreedt zo’n regel nou? Je denkt toch niet serieus dat een échte vriendin je zóiets zou aandoen? Het is toch ver-schrik-ke-lijk logisch dat deze regels bestaan, en dat ze ab-so-luut niet overtreden mogen worden?
Hoe haalde je het in vredesnaam in je hoofd? Denk je werkelijk dat ik je ooit nog écht zal kunnen vertrouwen? Dat ik alles maar ga vergeten en vergeven en weer net zo vrolijk tegen je ga doen als ik altijd deed?
Het spijt me, het was té veel. Soms is het gewoon genoeg geweest. Je hebt me pijn gedaan.
…en érgens heb ik medelijden met je…
vrijdag 2 september 2005
sleur
Leuk meisje om te zien...
Kwam uit een modelgezin...
Kon leuk sporten...
Goede resultaten op school...
Maar door wat ze meegemaakt had kon ze zich zóveel ouder voelen dan haar vrienden, met meer verantwoordelijkheidsgevoel...
Kon zich soms zó alleen voelen...
Probeerde zich te identificeren met vriendinnen die het ook niet altijd even makkelijk hadden (gehad)...
Probeerde al haar verdriet 24 uur per dag weg te stoppen, vrolijk en blij te lijken en zich zo te presenteren aan de buitenwereld...
Doen alsof er problemen zijn die eigenlijk niks voorstelden met wat er wérkelijk in haar hoofd afspeelde...
Bang om gelukkig te zijn...?
zondag 28 augustus 2005
onwetendheid
De lucht is rood, roze en blauw
Ik vraag me steeds af
Denk je ook aan mij?
Hou ik van jou?
zaterdag 27 augustus 2005
contact
vrijdag 12 augustus 2005
gemis
Ik voel me momenteel nogal…. Leeg. Al weken leef ik elke dag zó alleen, soms eenzaam, terwijl ik toch genoeg mensen spreek en plezier heb. Maar toch… Ik mis jullie. Ik mis mijn lieve vriendinnetjes, die allebei al vóór de rapportenuitreiking op vakantie gingen, waarvan ik één sindsdien ook niet meer gezien heb, en de ander 1 veel te korte week een paar keer… Ik mis de humor die alleen WIJ hebben, de lol die we normaal dagelijks samen overal om kunnen hebben en de leuke dingen die we met elkaar delen.
Er zijn genoeg ándere mensen waar ik nu mee omga, waar ik de dingen mee doe die ik anders met jullie zou doen, maar het is gewoon anders. Ik kan niet eventjes naar een van jullie toe fietsen, even bellen of gewoon even hoi zeggen op msn. Jullie zijn er gewoon niet. De kaartjes en smsjes die ik krijg zijn natuurlijk leuk, maar toch… Nu weet ik dat jullie beiden onderweg zijn naar huis. Blij word ik daarvan. Blij omdat ik straks niet meer alleen zal zijn en samen met iemand anders kan zeuren over het rottige weer. Al hebben jullie beiden al een vakantie vol met zon en hoge temperaturen achter de rug…
Straks krijgen we weer die prachtige verhalen over verre reizen in mooie, voor mij onbekende, landen.
Het is mijn eigen schuld. IK was degene die niet zo nodig op vakantie hoefde. Juist omdat ik me dán helemáál alleen zou voelen, zonder broer, met alleen maar mijn ouders en nauwelijks contact met mijn vrienden in Nederland. Ik heb toen alleen niet bedacht dat de mensen waarvoor ik thuis wilde blijven, wél weggingen…
Nog een paar weken en dan komt hij thuis. Mijn lieve, grote broer die ik toch eigenlijk wel heel erg mis. Alle ruzies die we ooit hadden zijn allang weer vergeten. Ik mis de broer waarmee ik ontzettend kan lachen, waarmee ik úren dvd’s kan kijken en boos zijn op mijn ouders. Als je thuis komt duurt het maar even, een week of zo en dan moet je alweer weg. Maar ik verheug me nu al op ons weerzien. Dat ik je weer eens lekker kan knuffelen en klieren en dat we kunnen kletsen over alles wat er is gebeurd sinds je anderhalve maand geleden naar het zuiden ging…
Ik mis jullie. Nog even..
maandag 8 augustus 2005
Maatjes toch..?!
You mean the world to me
You always hear me when I'm calling
Even catch me when I'm falling
You're the closest one to me
I want the whole wide world to see
That we've always been and we'll always be

Best friends
(wél voor jou ;-))
zondag 7 augustus 2005
Out of reach
Maar het is hopeloos. Uitzichtloos. Als dit iemand anders zou overkomen en ik zou deze goede raad mogen geven, was het: ‘Stop er toch mee, hij is je niet waard!’ Maar ik kan het niet. Íets zegt me dat je helemaal niet zo onbereikbaar bent, dat ook jíj gevoelens van onzekerheid hebt. Dat je ook aan míj denkt, dat je me misschien wel mist…
Telkens geef je me weer hoop. Door wat je zegt, door wat je doet, door al die valse beloftes die je aan me doet... En als ik je dan weer zie, lijkt het wel alsof je niet meer weet dat je me kent. We praten tegen elkaar, maar zeggen elkaar niks. Ik raak je aan maar je lijkt het niet te voelen. Je raakt mij aan maar je lijkt het niet eens in de gaten te hebben…
Of ís dit het gewoon?
Misschien moet ik de feiten maar eens onder ogen zien. Accepteren dat je onbereikbaar bent. Ik heb altijd tegenover anderen beweerd en mezelf voorgehouden dat je alles kan bereiken bij mensen, als je het maar écht wilt en bereid bent er álles voor te geven. Waarom kun jij me dan het gevoel geven dat het allemaal hopeloos is en dat ik mijn doel nooit zal bereiken, hóe graag ik het ook wil?
Ik wil dat je weet, dat ik nog steeds een kans zou geven, als je maar liet blijken dat
zaterdag 30 juli 2005
broertje..
'Cause you're away too long
And every day I miss you more
Every day I love you more
I love you more
Every day I love you more
And more
Je bent verliefd... en ik ben blij voor je :-)
vrijdag 15 juli 2005
eeuwig zou te kort zijn .
Sommige momenten zouden eeuwig mogen duren. Verschrikkelijk veel van zulke momenten heb ik niet meegemaakt, maar toch zijn er een paar waaraan ik nog steeds met een glimlach terug kan denken.
Ik had het er laatst nog over met jou. Die ene avond waarop we het zó gezellig hadden samen.
Een glimlach om wat er gebeurde
een traan om wat niet gebeurd is.
Het afscheid
twee kussen.
Jij weet het nog, ik weet het nog.
Mijn dromen van die nacht, hoe ik me voelde toen ik wakker werd. Duizend keer heeft die avond zich voor mijn ogen herhaald, om me steeds weer een blij gevoel te bezorgen.
Ik denk dat het ongeveer nog een maand geduurd heeft toen. Daarna was het afgelopen. Mijn gevoel bleef, is er nog steeds, maar is veranderd. Wat toen verliefdheid en liefde was, is inmiddels vriendschap en liefde. Mooi. Prachtig! Toch…?
Soms vraag ik me af wat er nu van ons geworden was als alles anders was gelopen. Maar eigenlijk is het wel goed zo.
"Is het beter om alleen te verlangen naar jou, dan je te vertellen hoe het is, te verlangen naar jou..?"
Wij kozen voor de eerste optie, en daar is iets prachtigs uit voortgekomen.
"De nobelprijs voor de vriendschap gaat naar jou.."
donderdag 14 juli 2005
terugblik

sprakeloos..
Eigenlijk schrok ik best wel. Ga ik straks wéér zo’n winter tegemoet? Een winter waarin werkelijk álles tegen lijkt te zitten en waarin níets goed kan gaan? Waarin ik alleen maar angstig naar de stormen buiten kan kijken en kan dromen over de zomers die ik mee mocht maken en de zomers die nog komen gaan?
Ik weet het niet. Ik ben er wél bang voor. Bang dat ik nergens zin meer in heb, het niet zie zitten om naar school te gaan en blij te zijn, laat staan me ergens voor in te spannen.. Ik vraag me soms af of er mensen zijn die net zo ‘gedeprimeerd’ worden van de winter als ik…Of dat ik een uitzonderlijk geval ben, die echt maanden van slag kan zijn door het weer en de troosteloze aanblik van wat dan haar complete wereld lijkt..
maandag 11 juli 2005
proberen
Ik zou met alle liefde iets willen schrijven. Je weet niet hóe vaak ik het probeer. Ik heb al een keer of zes te horen gekregen of ik toch als-je-blieft iets op mijn blog wilde schrijven, maar elke keer als ik begon en verder schreef, vond ik het niks en stopte er weer mee..
Ik beleef nou eenmaal niet zoveel momenteel. Normaal voel ik de frustraties over school, de gevoelens voor de mensen die ik daar zie en het tekort aan tijd wat heb ik heb wanneer ik thuis kom. Nu heb ik vakantie, bevorderd naar 5 VWO, zeeën van tijd, en.. Ik verveel me. Vanaf aanstaande zondag moet ik 6 dagen achter elkaar ijsscheppen. Ik zie er nu al tegen op. Wetend dat het niet de enige 6 dagen van deze vakantie zullen zijn. Maar wat moet ik dan? Nu verveel ik me ook zo.. Wakker worden. Niemand thuis. Ontbijten, tv kijken, computeren, paardrijden.. Wat ik normaal ook doe, alleen dan in die 3 uurtjes die ik (als ik geluk heb) vrij kan maken op de dagen dat ik naar school moet. Mijn kamer is opgeruimd, school is afgerond, er gaan al vrienden op vakantie.. Maar wat moet ik dan? Bijna elke avond koken. Mama gaat uit eten, papa doet vanavond de boekhouding bij oma, mama moet vanavond naar school, papa moet sporten, mama…
Eigenlijk mis ik het wel. De dagen dat we met zijn viertjes rond de tafel zaten, kletsten over van alles en nog wat, discussieerden, zelfs ruzie maakten.. Maar toch.. Het kwam steeds allemaal goed. Ik mis Jeroen. Mijn lieve, grote broer in West-Frankrijk. De broer die me mijn hele leven lang al kliert en aan het huilen maakt, maar waarmee ik toch ook verschrikkelijk goed kan praten en winkelen en kaarten en zingen en weet ik veel wat. Het zijn de kleine dingen die je gelukkig maken. Ik kan nu geweldig genieten van een gezellige dag met een vriendin, maar op de een of andere manier slaag ik er niet in om élke dag zo’n dag te maken.
Voorlopig blijf ik maar rustig. Denk terug aan de tijden dat ik smachtte naar vakantie, dat ik er zó aan toe was, moe was en uit wilde slapen..
Het is zover. En dan?
zondag 3 juli 2005
4.44 uur
Stil.
Té stil?
Ja het was te stil…
Ik moet weer beginnen, oppakken waar ik was gebleven en verder schrijven. Momenteel voel ik me zo vreemd dat ik gewoon even íets moet schrijven, al wil ik liever niet schrijven over wat ik dan wel voel…
Ik stampte op de trappers van mijn fiets. Eén grote ruis. De wind in mijn oren. Langzaam kwam de zon op. ‘Het wordt al licht.’ Zelfs de vogels begonnen al te ontwaken. Ik hoorde ze zachtjes fluiten…
Steeds harder klonk het gefluit en steeds lichter werd het. Mijn ademhaling ging sneller en sneller en telkens zette ik mijzelf er toe aan om nóg harder te trappen…
Mijn ademhaling ging over in gehijg, bijna thuis, bijna.. Ik móet naar huis, maar ik wil niet! Nú is het al te laat, een paar uur geleden, toen kon het nog, maar nu..? Ongerust wachten ze op mij. ‘Mama, alles is goed. Echt, ik kom er zo aan, ik ben bijna thuis, rustig maar..’
Eigenlijk was het gewoon een gezellige avond. Maar het einde verpestte het zo dat ik er nu niet meer blij naar terug kan kijken…
Dingen die ik gezegd heb, die ik geschrééuwd heb. Spijt. Maar toch, niemand is boos, niemand heeft pijn, is verdrietig. En tóch voel ik me raar. Doordat iets waarvan ik niet dacht dat ik het zó graag wilde niet gebeurde. Waarom reageerde ik niet anders? Waarom heb ik op díe plaats, op dát tijdstip niet nét even iets anders gedaan? Het verpestte gewoon mijn hele avond, terwijl ik helemaal niet had gedacht dat ik het zó graag wilde…
In mijn hoofd is alles één grote waas. Wat wilde ik nou eigenlijk? Wat wíl ik nou eigenlijk? Wel, niet, wel, niet, wel… Ja hè? Ik wil het gewoon.
donderdag 16 juni 2005
schuld..?!
Ik word wakker met compleet andere gedachten…
Ik fietst naar school, met compleet andere gedachten…
Ik staar voor me uit, met compleet andere gedachten…
…en als ik dan ’s avonds in bed lig, geef ik de schuld aan mezelf. Dan word ik boos en kwaad en verdrietig tegelijk en dan zou ik de hele wereld wel in elkaar willen schoppen…
…want het is de wereld die mij me zo laat voelen. Zo opgewekt en vrolijk. De zon schijnt, de temperatuur stijgt, het gras is groen de lucht is blauw...
…waarom ben ik het al zo snel weer ‘vergeten’ ? Waarom huil ik niet meer en kan ik erover praten alsof het jaren geleden een verre vriend is overkomen, terwijl het amper twee weken geleden angstaanjagend dichtbij kwam…?
Het leven gaat door. Te snel? Beter dan te langzaam? Of juist even stil blijven staan? Even ademhalen en tot rust komen. Ik weet het niet...
woensdag 8 juni 2005
dinsdag 7 juni 2005
rouw
Waarom voel ik me nou toch schuldig bij elke glimlach? Waarom voel ik me rot als ik een uur niet aan je gedacht heb? Waarom kan ik het soms zo goed van me af zetten dat ik even vergeten ben wat er gebeurd is?
…en als ik dan weer terug kom, terug in de échte werkelijkheid, komt de klap alleen maar harder aan. Pijn en verdriet, overal waar ik kijk. Eén grote, uitzichtloze vlakte. Een onzekere toekomst. Misschien niet zozeer voor mij, maar wel voor andere mensen, die nog veel dichterbij jou stonden. De liefde die ik voor deze personen voel, maakt dat ik me zo intens verdrietig voel, dat ik soms gewoon niet verdrietig meer kán zijn.
Ik weet, dat klinkt misschien raar, maar voor mij is het wel zo. Soms móet ik gewoon even ergens anders aan denken, lachen, rennen, springen, dansen of woedend met m’n vuisten in mijn kussen beuken.
Ik weet het gewoon allemaal even niet meer. Waarom kan de een zijn verdriet zó goed uiten, terwijl ík niet weet wat ik er mee aan moet? Ik zou zo onderhand wel moeten weten wat ik moet doen bij zo’n verlies, het is namelijk niet de eerste keer. Maar toch is het elke keer weer anders, al blijft het enorme verdriet en gemis hetzelfde.

Steel mijn lach
Geef me tranen
Houd me vast
en laat me
als-je-blieft
nóóit meer los
zondag 5 juni 2005
Voor Iem,..
Op tafel ligt een enveloppe
Mijn naam staat erop
Jouw handschrift
De brief is zó mooi
Jouw gevoelens
Jouw gedachten
Ik wil je bedanken
Dat je dit voor mij doet
Dit betekent echt heel veel voor me
De situatie is moeilijk te begrijpen
Maar jíj probeert het
Voor mij
En daarom houd ik zoveel van je
Omdat je zó met me meeleeft
Probeert te voelen wat ik voel
En me nooit in de steek laat..
zaterdag 4 juni 2005
ter herdenking " 2 "
Ik was blij, gelukkig, had alles even achter me gelaten. Natuurlijk koester ik de herinneringen nog steeds, maar het zijn herinneringen. Nu ben ik opnieuw iemand kwijtgeraakt. Tweeënhalf jaar na je eigen zoon. Totaal onverwacht.
Een tijd geleden schreef ik mijn verhaal, over jouw zoon. Het is onbegrijpelijk, maar nu is het jouw beurt. Amper twee uur geleden hoorde ik het.
Vannacht overleed je aan een hartaanval.
Ik kán en ik wíl het niet begrijpen.
Je man is na zijn zoon, zijn vrouw kwijt. Je zoon is na zijn broer, zijn moeder kwijt. Je zus is na haar neefje, haar zusje kwijt. En ik, je nichtje, ben na mijn lievelingsneef, mijn lievelingstante kwijt.
Ik kan niet begrijpen dat je er nooit meer zult zijn. Die lieve tante Jannie, die me altijd kaartjes stuurde als ik ziek was, die me altijd nog een extra snoepje toestopte als ik weer naar huis moest, die altijd vrolijk was en gezellig kletste over van alles en nog wat… Nooit zal ik meer met je kunnen praten over koetjes en kalfjes.
Het is stil. En het blijft stil.
Nu ben je bij Mark. Nu is hij niet meer alleen. Maar je man dan? En je zoon? Wat moeten zij nu dan? Het is zo verschrikkelijk oneerlijk, waarom nou jij?
...maar om jou ben ik verdrietig
En waar is God nu? Huilt Hij ook?
donderdag 2 juni 2005
close and too far away at the same time..
You’re so close...
So close you can’t even notice
I’m not ready yet
I like you, ofcourse
Everytime I see you I guess..
Then I think I feel something for you
But when you’re not with me
Al I feel is doubt
Maybe we just need to be good friends
Right..............….?
maandag 30 mei 2005
Waar was je...?
(Marloes)
‘Alstublieft Alstublieft Alstublieft Alstublieft Alstublieft Alstublieft Alstublieft, laat het goed gaan…’
(Marilynn)
Pratend: De twijfel wint
(Rachel)
Pratend: Maar hij is er, in je hart, *Zingend* voor jou en mij...
(Amy)
Ik weet niet wat ik denken moet
Wat wel wat niet geloven.
Wat is dat goed?
U zegt niks tegen mij
Ik voel niks van U bestaan in mij
Weet niet of U er bent
Maar ik hoop dat U mij kent
Zeg nu dan toch waarom,
Ik hier dan steeds weer kom
Ik wil bewijs, waar is U stem in mij?
(Rachel)
‘Ik zoek een bewijs. Geef me een bewijs! Laat me ze overtuigen. Zeg dan IETS! Toe dan, alstublieft! ... God, U houd van me. Ik weet het. Ik geloof in U. Maar zorg dan dat ik andere mensen kan doen geloven!’
Ik kijk door de smalle spleetjes in het riet. Voor zover ik het kan zien bekijk ik elke rij, stoel voor stoel, persoon voor persoon. Maar ik kan je niet vinden. Een licht paniekerig gevoel overstemt mijn zenuwen.
Waar ben je nou…?
De muziek begint te spelen. Bijna te laat besef ik dat ik als eerste op moet. Opeens sta ik daar, middenin de schijnwerpers. Verwachtingsvolle blikken. Oké, we gaan beginnen. ‘Ja, ik geloof het allemaal wél!’ zeg ik overtuigd. In de hoop dat jij het gehoord hebt, kijk ik, nu met vol zicht, de zaal in. Ik zie je niet.
Waar ben je nou…?
Weer even uit het zicht neem ik een besluit. Ik ga er van genieten, ook als jij er niet bent. Ik wilde graag dat je het zou zien, maar nu is het toch al te laat. Terwijl de anderen op het podium staan, moet ik wachten. Tijdens het repeteren was ik steeds bang dat ik me op dit moment verschrikkelijk zenuwachtig zou gaan maken. Gek genoeg ben ik juist kalm. Heel erg kalm. Want wat kan er nou eigenlijk mis gaan? Nog één keer gluur ik voorzichtig het publiek in.
Waar ben je nou…?
Een diepe zucht. Ik stap opnieuw de schijnwerpers in en ik zing. Ik vind het geweldig. Elke seconde dat ik er sta begin ik meer te genieten. ‘Yes, het gaat goed.’ Mijn stem trilt niet meer, zelfverzekerd sta ik daar, samen met drie vriendinnen, die stuk voor stuk supergoed zijn. We moeten gewoon op onszelf vertrouwen, dan komt alles goed. Alles waar ik bang voor was, bang dat het mis zou gaan, gaat alleen maar beter dan álle vorige keren. Geen vergeten teksten, geen valse noten, geen enorme misstappen.
Je hebt wel wat gemist, nu je er niet was...
donderdag 26 mei 2005
maandag 23 mei 2005
Bootjespost
Zachtjes dobberend op het water
Stuurloos maar toch ook weer wel
Even om je uit leggen
Ik kan ze niet spreken
Ik kan ze niet zeggen
Een klein papieren bootje varend
Volgeschreven met woorden
Om je één ding uit te leggen
Ik kan ze niet spreken
Ik kan ze niet zeggen
Langzaam zinkend in de golven
Verlopen inkt en natte tranen
Ik ben verplicht het uit te leggen
Maar,..
Ik kán ze niet spreken
…en ook niet zeggen
zondag 22 mei 2005
"luv"
Maar toch, is de liefde niet super simpel? Ik houd van jou, jij houdt van mij -> hier is duidelijk sprake van liefde (of niet?)
En dan het verschil tussen liefde, en verliefdheid. Ik houd van mijn vrienden, maar ik ben niet verliefd op mijn vrienden. Het stoort me als mensen dat verschil niet zien. Mag ik dan niet houden van mijn beste vriend, zonder de roddels dat ik verliefd op hem zou zijn? Waarom kun je dat niet duidelijk maken voor de wereld om je heen? Dat er ook hechte vriendschappen bestaan tussen de verschillende geslachten, en niet alleen meisje-meisje of jongen-jongen?
Natuurlijk, het ‘gevaar’ bestaat, als hetero zijnde zijn vriendschappen binnen je eigen geslacht misschien ‘veiliger’: je loopt niet het risico toch meer te gaan voelen voor degene waar je toch echt niet meer dan vriendschappelijke gevoelens voor dacht te hebben. Maar dan nog? Ik geloof dat relaties, ontstaan uit vriendschap de beste zijn. Uiteraard niet wetenschappelijk bewezen (of wel?) maar dat gevoel heb ik nou eenmaal. Het grote nadeel hieraan is; eindigt de relatie, eindigt dan ook de vriendschap? Misschien wel, misschien niet: je kunt het gewoon niet weten van tevoren. Ik heb het risico nooit willen lopen, bang om je te verliezen.
Alleen dit is al ingewikkeld, de overgang van vriendschap naar relatie. Maar er is meer. Liefde overwint toch alle grenzen? Afstand, leeftijd, taal..? Daar geloof ik niet zo in. Dacht je nou echt serieus dat je later met je Italiaanse vakantievriendje gaat trouwen? Die ben je toch echt wel vergeten na hem een paar maanden niet gezien te hebben. Geniet van je mooie herinneringen aan die twee weken vakantie en leef je eigen leven verder. Als je tenminste nuchter kan denken.
Misschien doe ik te moeilijk. Het is voor mij meer dan een spelletje. Zodra het serieus wordt, begin ik terug te krabbelen. Ik denk aan alle verplichtingen die erbij komen kijken en aan het gevoel dat ik nu minder vrijheid heb. In mijn hoofd klinkt het allemaal logisch, maar moet je als je eenmaal écht verliefd bent er niet gewoon helemaal voor gaan, ongeacht de onverwachte dingen die wel eens tevoorschijn zouden kunnen komen? Ik moet het maar eens proberen. Ik durf nooit te genieten en daar baal ik van.
Maar dan nog… stel toch dat.. Je wordt verliefd, je bent helemaal hoteldebotel, je kan niet eten, niet slapen, denkt constant aan hem/haar. Op het moment dat ‘jouw grote liefde’ ook de grote liefde van iemand anders blijkt te zijn, stort jouw wereld in. Dan kun je alleen nog maar huilen en hopen dat de liefde snel overwaait, wat uiteraard niet snel gebeurt.
Als je heel graag met iemand wilt, en je krijgt het allemaal voor elkaar, hoeft het soms al niet meer.
“Het is leuker te dromen over iets onbereikbaars, dan het binnen één week binnen handbereik te hebben.”
woensdag 18 mei 2005
gewoon gedachten
Ik denk aan hoe de blaadjes aan de bomen groeien en het gras steeds groener wordt. Ik denk aan straks, wanneer ik dat lieve, kleine meisje weer in mijn armen kan nemen en met haar kan spelen tot ze naar bed moet. Ik denk aan wat ik voel, voor jou, voor hem; meer dan vriendschap is het niet.
In mijn hoofd speelt een liedje.
Ik denk aan haar en of alles nog goed zal komen, of we ooit nog de combinatie kunnen vormen die we samen waren. Ik denk aan de kleine dingen die me tegenwoordig zo gelukkig kunnen maken. Dat er lente is en dat de zon schijnt. Dat de wereld groen en blauw en prachtig wordt en dat ik toch eigenlijk best wel gelukkig ben.
In mijn hoofd speelt een liedje.
Ik denk aan dat het zo gek is dat je aan zoveel dingen tegelijk kunt denken. Dat er zoveel verschillende gedachten door je hoofd kunnen spoken en je eigenlijk nergens goed over nadenkt. In je hoofd hoef je niet alles goed te formuleren en te beargumenteren. Niemand kan en mag je opdragen iets anders te denken dan je eigen gedachten. Ze kunnen je gevangen nemen, maar je gedachten blijven vrij.
In mijn hoofd speelt een liedje.
Waarom wil iedereen eigenlijk perfect zijn? Of wil niet iedereen dat? Vast niet eigenlijk.. Maar je moet toch wel tevreden zijn met jezelf? Waarom ben je anders zoals je bent en verander je niks? Waarom laat iedereen zich zo meeslepen door de meningen van anderen? Ik ben zelf ook niet iemand die zomaar haar eigen zin doet, terwijl dat door de mensen in mijn omgeving helemaal niet geaccepteerd zou worden. Maar toch? Daarom mag ik toch wel lekker denken wat ik wil?
In mijn hoofd speelt een liedje.
Misschien leid ik wel een dubbelleven. Aan de ene kant schrijf ik dingen op mijn blog en geloof en speel toneelstukken in de kerk en organiseer acties voor goede doelen en probeer zo vaak mogelijk een beetje op tijd in bed te liggen omdat ik anders zo moe ben.. Aan de andere kant ben ik dol op Wodka – Redbull, vind ik het geweldig om uit te gaan, vind ik ‘stoere’ jongens stiekem toch echt wel een beetje stoer, wil ik niet meer dan een beetje mijn best doen op school en heb ik niks tegen avonden waarop ik tot 3 uur ’s nachts in Zwolle rondloop met een paar vrienden…
In mijn hoofd speelt een liedje.
Maar wie wil ik nou eigenlijk zijn? Soms lijkt het of ik zoveel maskers heb, iedereen kent van mij een ander gezicht. Het wordt pas moeilijk als mijn vriendje mee moet naar mijn ouders, waar ik een stuk saaier zal zijn dan op school of weet ik veel waar. Tot nu toe gaat het prima, maar houd ik mezelf niet voor de gek? Ik wil af en toe zo graag dat meisje zijn waar iedereen naar opkijkt, die iedereen graag zou willen zijn… Maar wordt het niet vermoeiend als je zo’n voorbeeld bent voor mensen? Niemand is perfect. Eén van mijn favoriete zinnen, en volgens mij klopt het ook. Is het gebrek van een perfect persoon niet júist zijn of haar perfectie?
In mijn hoofd speelt een liedje…
"The Other Side of Me"
zaterdag 14 mei 2005
vliegtuigwolken
Ik staar uit het raam. Helaas zit ik precies midden boven de vleugel, maar toch kan ik ze zien. Overal om me heen zie ik witte wolken. Bijna verblindend wit. Ik krijg zin om er overheen te lopen. Natuurlijk weet ik dat dat helemaal niet kan, maar stel toch dat het wel zou kunnen? Ik voel de onvoorstelbaar zachte substantie al bijna aan mijn voeten kriebelen. Maar meer dan er verlangend naar staren kan ik niet.
Een paar dagen later kijk ik mijn ogen uit. Ik probeer op foto’s uit te leggen wat ik voel. Al die prachtige dingen die ik zie, de geluiden die ik hoor, de rust die ik in me voel. Het water stort met daverend geweld naar beneden, maar het lawaai stoort me niet. Het is prachtig. Het is volmaakt. Kon ik hier maar met jou zijn..


maandag 2 mei 2005
deze dag
Dat de dierenarts vandaag kwam was al een paar dagen bekend. Twee weken geleden was hij er ook, en twee weken dáárvoor… Het ging niet goed met je. Je was geweldig het afgelopen jaar, maar je bent oud. Ik wist het, wíj wisten het, maar wanneer geef je zoiets toe? Wanneer besluit je dat je nu toch echt moet gaan stoppen? Wanneer is het beter om niet meer door te gaan?
Ik ben bang dat het zover is. Je moet nu nog een week, weer een week medicijnen. Maar de kans is groot dat je nooit meer de oude wordt. Nooit zullen we dan meer samen kunnen genieten van het vliegen over de hindernissen.
Je bent moe. Je bent toe aan je pensioen. Je gezondheid gaat voor, gezondheid voor alles maar.. Ik hoopte zo dat we in ieder geval dit seizoen, samen, nog één keer… Met jou kon ik zoveel bereiken, alles lag bijna voor het oprapen. Ik weet, je zal tot je dood bij ons blijven. Maar de actie, de spanning en vooral onze geweldige samenwerking die ons tot een eenheid maakte, zullen we waarschijnlijk nooit meer meemaken.
Over anderhalf uur vertrekken we richting Schiphol. Om 9 uur vliegen we, naar Turkije. Al 12 weken ben ik aan het aftellen, en nu het moment daar is weet ik niet of ik nog wel wil. Wordt dit eigenlijk wel gezellig? Of krijgen we alleen maar ruzie als we elkaar telkens op de lip zitten? De tijd zal het leren. Wat ik gewoon ga doen, is proberen zoveel mogelijk te genieten.
woensdag 20 april 2005
tranen in de stilte
‘Je kijkt bijna nooit meer vrolijk de laatste tijd. Zelfs als je lacht kijk je niet echt blij.’
Is het zo erg?
donderdag 14 april 2005
woensdag 13 april 2005
hooizolder
Nog even blijven
Nog even hier
Zeg me dat alles zo is als het zijn moet
Maak nieuwe woorden
Verzin het leven
Lieg lief omdat ik niks anders wil dan dit
Zo is het goed
Want de nacht verdwijnt
Je moet wel blind zijn
wil je het ochtendlicht missen
Het komt eraan
Het komt met sprongen
En ik wil er niet aan
Nog even hier
Nog even samen
Even nog niemand die zegt hoe het ook kan
Drink de stilte
Proef het leven
Ik vraag je om niets en krijg alles wat ik wil
Zo is het goed
Ik weet dat er een morgen komt
Jij weet dat ook
Maar al te goed
Van opeens weer zoveel dingen
Van opeens alles wat moet
Van opeens de hele wereld van iedereen over me heen
Van opeens weer zoveel liedjes
En dan laat ik je alleen
Maar nog even niet
Nog even rusten
Even nog doen alsof dit niet voorbij gaat
Drink de stilte
Heel voorzichtig
Hoe trager je drinkt des te langer dat het lijkt
En zo is het goed
Drink de stilte
Hoe trager je drinkt, des te langer dat het lijkt
En zo is het goed
Zo is het goed
dinsdag 12 april 2005
Anouk - Hey Michel

zaterdag 9 april 2005
...als ze anders zijn dan wij...
Ik fietste laatst naar huis, samen met haar. Het weer was mooi, de zon scheen, het waaide niet al te hard, lekker fietsweer! Op een gegeven moment passeerden we een bord: (brom)fietsers afstappen. We remden af en keken een beetje vertwijfeld om ons heen. ‘Volgens mij kunnen we er best langs hoor..’ Eén van de stratenmakers die bezig was met het fietspad riep naar ons: ‘Kom maar hoor, je kan er nog wel langes!’ We begonnen weer te trappen en fietsten voorzichtig langs de man, en zijn twee collega’s. Drie van die zware, stevige jongens waren het, welke allemaal meteen stopten met werken en op hun schop geleund naar ons gingen staan kijken. Ik voelde dat ik gekeurd werd. Dat overkomt me wel vaker, dat ik gewoon door de stad loop, waar groepjes jongeren staan, die je dan zo na gaan kijken tot je uit het zicht verdwenen bent. Vervelend, dan weet je niet hoe je je moet gedragen…
Maar weer even terug naar waar ik het over had. We fietsten dus langs die mannen, een ‘lompe’ opmerking afwachtend, welke uiteraard nog kwam ook: ‘Zulleke mooie dames mog’n er altied langes.’ Zei eentje met een grote grijs op z’n gezicht. Afgrijselijk vond ik het. Daar fiets ik dan met mijn 15 jaar langs een paar mannen van een jaar of 30/40, die dan zó’n foute opmerking maken. En dan ‘proaten’ ze ook nog zo verschrikkelijk plat..
We lachten er maar om, maar eigenlijk kan ik me daar best druk om maken. Ik sprak later op de dag met mijn vader over die ‘wat ik dan lompe boeren noem’. Na me een tijdje aangehoord te hebben zei hij: ‘Weet je waarom bankemployées dat niet doen?’ Ik kon wel tien redenen verzinnen, ‘…omdat die niet langs de weg werken!’ Bliksemsnel dacht ik na. Nee pap, dat zou niet kloppen. Waarom toetert er dan altijd wel een bouwvakker, een stratenmaker of een vrachtwagenchauffeur naar me, maar heb ik nog nooit iemand zien toeteren met een stropdas om en een net pak aan?
Toch, nu ik dit zo zeg, voel ik me een beetje een kakker, en dan in de negatieve zin van het woord. Het klinkt zo verschrikkelijk verwend, terwijl mijn grootouders ook bouwvakkers waren. Het voelt een beetje alsof ik mijn familie te min vind, wat helemaal niet zo is!
Ik wil mensen eigenlijk helemaal niet in hokjes plaatsen, maar het gebeurt automatisch. Skaters, alto’s, kakkers, gothics… Dan vraag je er toch om? Als jouw kledingkast alleen maar zwarte kleren bevat, je ogen 2 zwarte cirkels zijn van een afstand en je armbanden en ‘halsbanden’ met spikes draagt, mag ik je dan geen gothic noemen omdat ik je dan in een hokje plaats?
Ik ben geen skater, geen alto, geen gothic… Wat ben ik eigenlijk? Misschien is het wel fijn om te weten wát je bent…
vrijdag 8 april 2005
je toekomst tegemoet schommelen
Ik kijk uit het raam. Ik zie een meisje van een jaar of zes, met twee staartjes in haar bruine haren. Ze zit op een schommel. Achter haar staat een jongetje van negen jaar, die haar steeds harder duwt. Steeds hoger gaat de schommel. Ze lacht. ‘Niet te hoog!’ roept ze. Maar hij luistert niet. Hoger en hoger gaat de schommel.
Ze knijpt haar ogen stijf dicht. Als ze ze open had gedaan, kon ze verder kijken dan ze ooit gedaan had. Ik vraag me af of ze dat zou willen. Ze leeft in haar eigen wereldje. Haar wereld, die bestaat uit een huis, een tuin, een school en voor de rest waar ‘mama haar heen brengt’.
Ze weet nog niet dat ze over een jaar of tien een wereld zal kennen die duizend maal groter zal zijn dan haar huidige wereld. Ze zal kennis hebben over de complete Aarde en aardrijkskunde op school krijgen waarbij ze topografische kaarten moet leren en waar de leraar vertelt over andere culturen, godsdiensten en gebruiken. Ze zal problemen hebben zoals iedereen van haar leeftijd; ruzie met haar beste vriendin, slechte cijfers op school, weinig geld, verliefd op een onbereikbare jongen, niet teveel snoepen want dan word je dik…
Maar nu? Nu zit ze gewoon lekker te schommelen. Geen problemen, geen zorgen. Hoger en hoger gaat de schommel. Ze opent haar ogen en ze kijkt over de schutting. Het is zover, ze heeft weer een stukje wereld ontdekt.
Is het de tijd die verder gaat
terwijl ik stil blijf staan?
donderdag 7 april 2005
onderweg
Ze fietst naar huis.
Dwars tegen de wind in, de wind waait zo hard… Naast haar hoort ze een stem, maar ze is er zelf helemaal niet bij. Het voelt alsof ze even wegzweeft, alsof ze van boven op zichzelf neerkijkt en medelijden heeft met dat kleine meisje, op die grote wereld. Medelijden voelt ze, medelijden met het meisje, medelijden met zichzelf.
Ze fietst naar huis.
Terug naar de realiteit. Back to reality. Naast haar spreekt een stem. ‘Doe eens blij, waarom ben je zo chagrijnig? Ik ga naast háár fietsen hoor, jij zegt toch niks.’ Het doet een beetje pijn. ‘Waarom vraag je me niet wat
me dwarszit? Waarom laat je me in de steek? Vind je me dan alleen maar interessant als ik lach, en grappig doe?’ Ze fietst naar huis.
Ze fietst naar huis.
Ze staart naar haar voeten die moeizaam proberen de trappers naar beneden te duwen, wat nauwelijks lukt. Eén keer stampt ze boos het ding naar beneden; ‘…wat is er nou met me aan de hand? Waarom voel ik nou zo?’ Het vooruitzicht over een uur thuis te komen, in een koud, leeg huis waar de stilte heerst, waar de boeken tevoorschijn gehaald, en er geleerd moet worden, geeft haar opnieuw een slecht gevoel.
Ze fietst naar huis.
De laatste 500 meter fietst ze alleen. Nog één heuvel te gaan. Ze kan niet meer. Halverwege de heuvel stopt ze. Even kijkt ze om zich heen, om na een paar seconden te besluiten toch maar verder te fietsen. ‘Ik ben er bijna.’ Het allerlaatste stukje heeft ze wind mee. Ze besluit niet op te geven. ‘Morgen ben ik weer vrolijk.’
dinsdag 5 april 2005
gewoon -> terug
Ik wil terug naar de tijd dat ik nog blij was met een taartje zand.
Ik wil terug naar de tijd dat ik op mijn blote knieën in de zon speelde.
Ik wil terug naar de tijd dat ik lachte en huilde tegelijk als ik achterover van de schommel viel…
Toen kon ik pas écht genieten. Ik genoot van elk moment dat ik op een pony zat met volle teugen, iets dat nu een ‘verplichte’ hobby is geworden. Uiteraard kan ik er nu ook van genieten, maar alleen op momenten dat het goed gaat. Waarom toch altijd dat gevoel dat je iets moet presteren? Zou alles niet veel leuker zijn als het gewoon ging om het dóen en niet om het winnen? Wat maakt het nou uit wie het mooiste zandtaartje bakt, je hebt er toch allemaal even veel plezier aan beleeft?

Ik wil opnieuw léren genieten. Genieten van de zon, van de lucht, het gras, de blaadjes aan de bomen… Is de wereld niet prachtig?
Hoe komt het toch dat zoveel mensen elk moment waarop ze werkelijk hun problemen zijn vergeten, ze meteen weer ophalen en erover gaan prakkizeren? Schieten we daar ook maar íets mee op? Kunnen we niet gewoon genieten van elk moment en dankbaar zijn voor alles wat we kunnen en hebben? Kunnen we niet gewoon dol zijn op iedereen en alles? Waarom toch altijd dat gevoel dat je iets vergeet, iets kwijt bent, iets verkeerd hebt gedaan…?
‘Geniet van het leven, het duurt maar even.’ Ja toch?
zondag 3 april 2005
begrijp me dan!
Ik snap je niet. Voel jij je beter door mij te kleineren? Voel je je daar beter door? Het ene moment kan ik het supergoed met je vinden, maar met één rotopmerking kun je mijn leuke dag verknallen. Heb je dan niet door hoeveel pijn je me daarmee doet? Ik kan best wel wat hebben, maar wat jij af en toe over mij zegt is zo gemeen dat ik er niet tegen kan.
Misschien is het je karakter. Maar wat brengt je er in vredesnaam toe iemand met zo veel overtuiging de grond in te stampen? ’t Is wel een beetje overdreven wat ik nu zeg, maar toch..
Gelukkig komen er meestal wel anderen voor me op als je weer bezig bent, maar kun je zelf dan niet in zien dat het verkeerd is? Geniet je ervan? Doe je er iemand een plezier mee? Doe je jezelf er een plezier mee?
Ik vind het prima als jij chagrijnig bent, maar wil je dit dan niet op mij afreageren?
zaterdag 2 april 2005
Indrukwekkend
We waren in Milaan. Ik kan me niet meer herinneren hoe hij heette. Dat hij prachtig was, weet ik nog wel. Er is nog nooit een kerk geweest die zo’n overweldigende indruk op me gemaakt heeft. Alleen de enorme buitenkant was al prachtig. Gigantische deuren sierden de gevel van het reusachtige gebouw. Eenmaal binnen leek hij nog groter dan vanaf het plein. Verwonderd vroeg ik me af hoe men dit kunstwerk had gebouwd zonder de moderne techniek van tegenwoordig. Aan de pilaren die het plafond ondersteunden leek geen eind te komen, zó hoog waren ze.
Overal brandden kaarsen. De kerk was redelijk donker. Het enige licht wat binnenkwam was hetgeen dat naar binnen scheen door de ramen van mozaïek, waardoor er stralen licht op de massieve vloer schenen.
Het was er stil. Een rustige, vredige stilte. Ik ging even zitten op een van de vele houten banken die het grote middendeel van de kerk vulden. Met mijn hoofd in m’n nek keek ik vol verwondering om me heen. Ik had nooit geweten dat je een gebouw zo geweldig mooi zou kunnen vinden!
Ik heb daar gebeden. Daar waar andere toeristen zachtjes langs me heen liepen en vol bewondering hun omgeving in zich opnamen. Op de een of andere manier had ik op díe plek heel erg het gevoel dat ik dicht bij God was.
‘Bedankt, dat ik dit mocht meemaken, het was prachtig.’
woensdag 30 maart 2005
woede
zondag 27 maart 2005
van Passion naar Pasen
Gisteren heb ik hem gezien, The passion of the Christ. Of ik er blij mee moet zijn, dat ik hem gezien heb, weet ik eigenlijk niet. Op momenten waarop Hij gegeseld wordt met werktuigen met ijzeren pinnen eraan die het vlees letterlijk van Zijn lijf scheuren (waar je dus met je neus bovenop zit als kijker) of enorme spijkers door zijn handen en voeten geslagen worden, is het onbegrijpelijk. Deed hij dit voor ons? Deed hij dit voor mij? Eerlijk gezegd snap ik iets niet. Ik ben bang om oneerbiedig gevonden te worden als ik het zeg, maar misschien kan iemand me dit uitleggen.
Jezus stierf. Hij offerde zich op voor de mensen. Hij droeg onze schuld. Maar… Hij stierf bijna 2000 jaar geleden. Stierf Hij dan als boete voor de daden van de mensen toen, en alle dingen die alle mensen in de toekomst fout zouden doen?
Ik zelf heb het gevoel dat Hij voor míj niet had hoeven sterven. Ik heb nog nooit zoiets ernstigs gedaan dat er iemand zoveel voor zou moeten lijden. Ik snap dat niet. Waarom wordt mij keer op keer duidelijk gemaakt dat hij stierf voor míj? Voor ónze zonden? Is het omdat ik nou eenmaal een mens ben, en er andere mensen zijn die wél enorm de fout ingaan? Stierf Hij dan niet alleen voor hen? Waarom zou Hij voor míj zoveel moeten lijden? Zo verschrikkellijk veel?
Ik denk niet dat ooit echt goed kan worden weergegeven wat Hij doormaakte. Deze film heeft me een stukje besef gegeven, over wat er is gebeurd. Je hebt natuurlijk wel een beeld in je hoofd, maar als je het ziet… het geeft een stukje bevestiging op de een of andere manier. Hier zijn ook de meningen over verdeeld, maar ik vind dat het wel zo is. Als ik iets uit de Bijbel lees, vind ik het meestal moeilijk om me voor te stellen, wat er gebeurd is. Het is net zoiets als een handleiding van een apparaat lezen. Je snapt het veel beter als je wordt vóórgedaan hoe je het moet bedienen, in plaats van het uit woorden op te maken.
Tijdens sommige scenes in de film keek ik om me heen. Andere mensen keken vol afschuw naar het scherm, áls ze al keken. Sommigen zaten met hun handen voor hun ogen, ze wilden het niet zien. Maar ook al keek je niet, je hoorde wel de geluiden. Elke zwiep van de zweep hoorde je, elke klap hoorde je neerkomen. Als je weer keek, zag je alleen maar meer, meer bloed.
De dominee zei voor de film begon, dat hij af en toe gewoon ging denken: ‘Het is maar een film, dat bloed is gewoon ketchup.’ Ik het het geprobeerd, maar telkens kwam daarbij het besef: ‘…maar het is wél gebeurd, Hij heeft dit écht moeten doorstaan! En dan kan dit wel ‘ketchup’ zijn, maar ooit was het bloed! Zijn bloed, heilig bloed!'
We werden gevraagd als groep iets te vertellen over de film voorin de kerk, of iets te doen wat te maken had met de film. Wij dachten aan de scene waarin Maria aan Jezus’ voeten zit (Jezus hangt aan het kruis) en Zijn bebloede voeten kust. We zongen.
Aan uw voeten Heer,
Mijn hart verlangt er naar
Zoals een vader die zijn kind omarmt,
zaterdag 26 maart 2005
just be happy
Weet je?
woensdag 23 maart 2005
Verveelde inspiratie
Meestal zit ze achterin de klas, op een plek waar ze alles goed kan zien. Daar voelt ze zich op haar gemak,in tegenstelling tot wanneer ze halverwege, of zelfs voorin het lokaal zit. Dan draait ze constant op stoel en kan niet stilzitten.
Alles wat rondom haar gebeurt, gaat totaal langs haar heen. Niet begrijpend dat mensen het berekenen van de prijselasticiteit van de vraag naar sinaasappelsap interessant vinden (of is dat gewoon niet interessant?).
‘Morgen een toets hierover. Moet alles nog leren. Bah, geen zin. Ben in ieder geval vroeg vrij. Wind mee op de terugweg. Er ligt nog een pak stroopwafels op m’n nachtkastje. M’n kauwgom smaakt niet lekker meer…’
Eén grote warboel van gedachten. Het is pas kwart over 10.
‘Gaat de bel al bijna?’
Nog 10 minuten…
Afgelopen dinsdag geschreven tijdens de economieles.
dinsdag 22 maart 2005
Weet je dat de lente komt?

zaterdag 19 maart 2005
harder dan ik hebben kan
Mijn haren hangen druipend langs mijn gezicht. Met m’n armen om m’n knieën heen geslagen en mijn hoofd gebogen zit ik op de grond.
Er komt een vrachtwagen aangereden. De chauffeur ziet me niet. Zonder te remmen rijdt hij in volle vaart door de plas naast me. Ineengedoken blijf ik zitten. Ik voel de koude modder via langs m’n ruggengraat naar beneden glijden.
Opeens laat ik mijn knieën los en val achterover. Languit lig ik in het natte gras. De regent stroomt over mijn lichaam. Mijn tranen vallen niet op. Overal om me heen is water.
Ik hoor een schreeuw. Het is mijn eigen stem. Angstig. Radeloos.

Het regent harder dan ik hebben kan
Harder dan ik drinken kan
Het regent harder dan de grond aan kan
Harder dan ik hebben kan
vrijdag 18 maart 2005
miscommunicatie
Voor mijn ogen één grote waas. Verdriet, en dan dit. Discussie. Woorden die niet zo bedoeld waren. Ik kan het niet zeggen zoals het in mijn hoofd zit. Shit, wat bedoel ik nou eigenlijk? Waarom begrijpt hij me niet? Ik zei toch dat ik niet vrolijk was, waarom zeurt hij dan door? Waarom val ik hem zo aan en laat het er niet gewoon bij? Ik pik het niet langer, het is niet eerlijk, wat hij beweert klopt niet. Bevestig ik zijn vooroordelen nu niet alleen maar door mijn reactie? Ik weet het niet. Ik wil er ook niet meer teveel over nadenken. Het is er even uit. Voorlopig. Ik heb hem mijn irritaties duidelijk gemaakt en nu hoop ik maar dat hij me heeft begrepen.
Waar een slechte communicatie al niet voor kan zorgen…
rotziekte
Je weet toch
maandag 14 maart 2005
Laat de lentezon maar stralen!
Ze zijn er weer. ’s Morgens als ik wakker word hoor ik ze. Volgens mij zijn ze met honderden, misschien wel duizenden. Eigenlijk maken ze wel erg veel herrie, maar ik kan er alleen maar van genieten. Vrolijk word ik ervan, eigenlijk zou ik elke dag wel door ze gewekt willen worden.
Het wordt lente, elke dag check ik elke boom die ik tegenkom (en dat zijn er nogal wat) of er toevallig al blaadjes beginnen te groeien. Tot nu toe heb ik alleen nog maar bomen gezien waar nog bladeren van vorig jaar in hingen (dood uiteraard).
Maar ik blijf hopen, want de lente móet en zál komen, en dan zal ik pas écht gelukkig zijn!
zondag 13 maart 2005
schuldgevoel
zwaar teleurgesteld
donderdag 10 maart 2005
woensdag 9 maart 2005
geloven ( deel 1 )
Ik heb het er de laatste tijd nogal veel over, en ik word er ook steeds weer mee geconfronteerd. Moeilijk vind ik het, dat geloven.
‘Ik geloof het allemaal wel.’
Ik kijk op tegen mensen die alles zó zeker weten, zo rotsvast zijn en volkomen op God kunnen vertrouwen.
‘Ik voel me goed, ik geloof!’
Maar toch is er die twijfel. Maar twijfelen we dan niet allemaal? Of geven we niet allemaal toe dat ook wij het niet altijd even zeker weten?
‘Help me dan toch. Ik wil het zó graag…’
Leer me geloven.
maandag 7 maart 2005
neverending story
Het is voor mij altijd een hele geruststelling geweest dat ik iedereen die doodgaat in mijn naaste omgeving ooit weer zal zien. Dat is toch een prachtig iets? Als je zo denkt, hoef je helemaal niet bang te zijn voor de dood.
Maar toch, het ligt eraan hoe simpel je kan denken… Ik heb er een hekel aan mensen pijn te doen of verdrietig te maken. Hoe het zit, weet natuurlijk niemand zeker, maar ik denk dat je zelf niet veel meer merkt van wat er op Aarde gebeurt na je overlijden.
Alleen het idee al, dat de mensen die je achterlaat om je zullen huilen en je verschrikkelijk zullen gaan missen…
Misschien moet je over dit soort dingen niet te veel nadenken. Het idee dat ik later in de hemel kom bij God, op de plaats waar al mijn dierbaren ook zijn, vind ik een fijn idee. En dat wil ik zo houden.
Of is dit weer te simpel gedacht?
zondag 6 maart 2005
wintersneeuw

Wat is het prachtig...
zaterdag 5 maart 2005
warrig
dinsdag 1 maart 2005
Oké, nu voor jou
Je wilt graag dat ik eens over jóu schrijf. Dat wil ik best doen natuurlijk, maar…wat wil je horen? Dat je een lieve vriendin bent? Dat ik natúúrlijk begrijp dat ook ‘luidruchtige jij’ - zoals je dat zo mooi zegt- een andere kant hebt? Heeft niet iedereen verschillende ‘gezichten’ dan?
Moet ik een zekere ‘wraak’ op je nemen omdat je soms nog wel eens de draak wil steken met dingen die ik schrijf? Wil je, dat ik je vertel dat je sommige dingen niet te letterlijk op moet vatten? Zal ik je zeggen dat je me beter niet kan confronteren met woorden die ik ooit schreef, en me om uitleg vragen; een uitleg die nooit kan en zal voldoen?
Of wil je dat ik duidelijker ben?
Wees niet bang om te reageren, de link naar comments bestaat niet voor niets! Ik wil het je best uitleggen. Ik wil best proberen het je uit te leggen. Als er iets uit te leggen valt…
die boom
Heb je dat weleens meegemaakt? Je wilt, -laat ik als voorbeeld nemen- een boom. En niet zomaar een boom. Je wilt die ene, die daar op die hele hoge heuvel staat.
Die boom, die ’s zomers prachtig is, met mooie, ronde, groene bladeren. Waaronder je makkelijk een schaduwrijk plekje zou kunnen vinden, áls je er bij zou kunnen komen.
Die boom, wiens bladeren in de herfst rood, oranje en geel kleuren, waardoor hij werkelijk prachtig is.
Die boom, die ’s winters treurig de wind probeert te weerstaan. Hoge bomen vangen nou eenmaal veel wind toch?
Je ziet hem wachten op de lente, waarin langzaam weer kleine groene blaadjes verschijnen aan zijn takken.
Maar je komt er maar niet bij. Hoe hard je de heuvel ook oprent, des te harder je weer naar beneden valt. Hij is onbereikbaar, en hierdoor wordt het verlangen ernaar groter en groter. Iets zegt je dat het mogelijk moet zijn, het móet mogelijk zijn hem te bereiken, maar je weet niet hoe.

Struikelend ren ik door het gras
Je laat me mijn fouten maken
Ergens in mijn hoofd dwaalt de gedachte
Ooit zal het me lukken
Ooit zal ik de weg vinden
En dan zal jij voor altijd de mijne zijn
zondag 27 februari 2005
Er staat een man aan de rand van het perron. Hij staart de diepte in, naar het spoor, waar over enkele minuten de sneltrein voorbij zal razen. Zijn handen trillen. Denkend aan wat hem het laatste jaar allemaal is overkomen, probeert hij een besluit te nemen. Er loopt een rilling over zijn rug.
Hij wipt op zijn tenen heen en weer, alsof hij zichzelf uitdaagt. ‘Toe dan, lafaard. Je durf het toch niet. Je zal wel het wel weer op het laatste moment af laten weten, zoals je altijd doet.’ Hij krijgt een verbeten trek rond zijn mond. Hij neemt een beslissing.
Door de luidsprekers klinkt een krakende stem. ‘De trein van 6 over half 10 heeft een half uur vertraging wegens het slechte weer.’
Zijn kaak ontspant zich. Opgelucht haalt hij adem. Is dit het nou? Heeft hij al die jaren zo zijn best gedaan om een goed mens te zijn, om vervolgens hier te eindigen? Kan hij niet beter hulp gaan zoeken in plaats van weg te rennen? Zijn hele leven rent hij al weg als er zich problemen voordoen. Een lafaard is hij.
Nog even tuurt hij naar de grauwe rails. Weifelend haalt hij zijn schouders op. Op zijn hakken draait hij zich om. Zijn lange jas wappert in de wind. Met zijn ogen half dichtgeknepen tegen de sneeuw loopt hij rustig weg. Weg van het perron. Hij is een held.
vrijdag 25 februari 2005
6 - voor Opa
De rouwstoet schuifelde over het pad.
Aan het eind van de keurige rij grauwe
grafstenen was een diepe kuil gegraven.
In de verte hoorde ik paarden hinniken.
Het was precies zoals het moest zijn.
Lieve Opa….,
Ooit zullen we weer samen zijn…..
Ik denk aan je terug, hoe je was… ( 5 – voor Opa )
In mijn dromen galopperen we samen over de heide. Wat we nooit samen hebben gedaan, maar wat ik wel heel graag gewild had, was samen over de heide rijden.
Jij was een paardenman, in hart en nieren. Niet alleen omdat ik het geweldige dieren vind doe ik aan deze sport. Ik doe het ook een klein beetje voor jou. Om de band die we hadden te behouden. Ik weet zeker dat je trots op me zou zijn als je wist hoe goed het nu met me ging. Je overleed 12 dagen voor mijn eerste succes. Ik won, voor jou.
Op je begrafenis huilde ik tot mijn tranen op waren. Tijdens de condoleance ging mijn laatste beetje zelfbeheersing kapot. Ik was je kwijt en dat deed me onnoemelijk veel pijn.
Tijdens de dienst waarin emotionele toespraken werden gehouden, huilde ik. Toen je oudste zoon een toespraak hield over zijn vader die hij verloren was. Toen hij je vergeleek met een grote boom, waar wij allen onder mochten schuilen als we daar behoefte aan hadden. Toen hij ons herinnerde aan de tijd dat je sterk was en gezond. Toen hij het nog één keer voorlas:
Denk aan mij terug
maar niet in dagen
van pijn en verdriet.
Denk aan mij terug
in stralende zon,
hoe ik was toen ik
alles nog kon.
Van alle mensen die op de begrafenis kwamen, was ik de enige die niet in de kist keek. Ik denk nog dagelijks aan je terug, aan hoe je was, toen je alles nog kon.
-xxx….x- ( 4 - voor Opa )
De dag van ons afscheid heeft enorm veel indruk op me gemaakt. Het was avond. Onderweg, in de auto naar jou toe, zei mama dat we erop moesten rekenen dat dit wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat we je zagen. Gek genoeg werd ik rustig bij deze gedachte. Protesteren heeft op zo’n moment toch geen zin. Misschien was het wel beter zo.
Je zag er erg slecht uit. Moe gestreden was je. Te moe om nog te vechten. Het was voorbij, je begon het op te geven.
Die avond hing er een eigenaardige sfeer bij jou in de huiskamer. Af en toe wisselden we een blik. Een blik die meer betekende dan elke andere die je mij ooit toegeworpen had. Je kón niet meer. Ik was er klaar voor, ik voelde dat ik je los kon laten, je laten gaan naar een plek waar je nooit meer pijn en verdriet zou hebben.
Toen kwam het moment van afscheid.
We omhelsden elkaar.
‘Houd je taai hè?’ zei je.
Ik kuste je. Viermaal. Geen drie kussen, maar vier. Op de een of andere manier vond ik dat een mooi gebaar. Een definitief afscheid.
Vier woorden
Vier kussen
Ontelbaar veel tranen
Spanje ( 3 - voor Opa )
Het gebeurde een paar jaar geleden. Ik was een jaar of 12. Samen met oma was je op vakantie naar Spanje. Jullie zaten daar op een camping, te genieten van het mooie weer.
De telefoon ging en aan papa’s gezicht zag ik dat er iets mis was. Je was ziek, ziek geworden in het verre Spanje. Of het besmettelijk was wisten ze niet, dat je niet terug naar huis mocht met het vliegtuig was zeker. Je moest zelf maar thuis zien te komen. Getwijfeld werd er niet. De volgende dag zwaaide ik mijn vader uit, hij ging op weg naar Schiphol, vanwaar hij naar Zuid-Spanje zou vliegen.
Een paar dagen later waren jullie terug. Papa was kapot, de hele weg had hij achter het stuur gezeten, jij was niet in staat om te rijden, oma kon niet rijden met een caravan. Je moest zo snel mogelijk naar het ziekenhuis, dus af en toe uitrusten zat er voor hem niet in.
Er werd geelzucht geconstateerd. Vraag me niet wat het precies inhoudt. Ik heb me er niet erg in verdiept, want al snel werd duidelijk dat er een verkeerde diagnose was gesteld. Wat jij had, was helemaal geen geelzucht.
Het was nog veel erger. Je had kanker.
Toen ik het hoorde wist ik niet hoe ik moest reageren. In een waas hoorde ik stemmen die me zeiden dat je ernstig ziek was, en niet meer beter zou worden. Je had toen nog 2 maanden te leven.
Dat je daarna nog een moeizame anderhalf jaar bij ons was, leek natuurlijk positief, maar als ik in je ogen keek, en zag hoe je leed, werd ik zo intens verdrietig…
Anderhalf jaar leefde je nog
een klein wonder
Ik keek toe en zag je vechten
Ik kon niks doen
Ik keek toe
Jij, altijd hielp je me overal
Ik was machteloos
wilde je helpen
Onmogelijk
donderdag 24 februari 2005
Fluisterbootje ( 2 - voor Opa )
Eén van de dingen die we altijd samen deden als we op vakantie gingen, was varen. We huurden een fluisterbootje en vaarden de hele dag. Op mijn knieën zat ik voorin de boot, en ik tuurde in het water. Jij zat achterin, en stuurde de boot. Het was in de tijd dat ik net doorhad wat nou links, en wat nou rechts was. Je maakte me in de war toen je naar links stuurde, terwijl de boot naar rechts ging. Ik zag er de logica gewoon niet van in. Geduldig als altijd legde je me uit hoe het zat, maar ik geloofde het nog steeds niet.
Nieuwsgierig keek ik naar de plek waar de motor in het water verdween, maar meer dan kleine golfjes zag ik niet. Totdat je een stuurfout maakte en de boot het riet in stuurde. In eerste instantie hadden we er wel lol om, maar die pret was al snel weer voorbij toen je ontdekte dat er riet vastzat in de schroef. De motor werd afgezet en je ging het riet er proberen uit te halen.
Ik zat ondertussen alweer in de spitse neus van de boot, helemaal voorin, en ik keek naar het water, wat steeds rustiger werd. De boot dobberde kalm rond tussen de muren van riet. In de volmaakte rust die volgde zwom een groepje eenden langs. Je reikte me een zakje brood aan, en ik gooide kleine plukjes brood zo goed mogelijk in de buurt van de moedereend en haar kuikens. Dankbaar kwetterend aten ze het op.
Je startte de motor weer en we vaarden verder. Ik keek de eenden die inmiddels verder zwommen zo lang mogelijk na tot ze uit het zicht verdwenen.
Je was er altijd voor me
Jij en ik, altijd samen
Maar nu, waar ik ook kijk
Je bent uit mijn gezichtsveld verdwenen
woensdag 23 februari 2005
Vliegeren ( 1- voor Opa )
Ik weet nog dat we ergens langs het water liepen en ik een vlieger ontdekte, die sierlijk door de lucht zwierde. Blij wees ik er naar, en jij was vastbesloten hem voor me te gaan halen. Na er samen een eindje achteraan gehold te hebben, zwierde de vlieger, nog steeds vrolijk wapperend, een boom in. Daar bleef hij hangen.
Met tranen in mijn ogen en mijn hoofd in mijn nek, keek ik, tegen de felle zon in, naar de top van de boom. Daar hing hij, glanzend, en met prachtige kleuren. Hij leek wel een beetje uitdagend, zoals hij daar hing. Het was een gewone, ruitvormige vlieger met 2 linten onderaan, een blauwe en een rode. Je keek me aan, en zocht woorden om me te troosten.
Ik was verdrietig, om iets wat ik nooit had gehad, en ook nooit zou krijgen.
Hand in hand liepen we terug naar het centrum, waar we al gauw een speelgoedzaak hadden gevonden. Dolblij was ik, met mijn eigen vlieger. Even later liep ik vrolijk likkend aan een ijsje naast je, met mijn nieuwe vlieger onder mijn kleine armpje. Je wilde hem best voor me dragen, maar ik was trots en sjouwde hem met me mee.
Toen we onze ijsjes op hadden, besloten we hem samen in elkaar te zetten. Na wat onenigheid (we waren nou eenmaal allebei eigenwijs) was hij klaar. Hij was nog mooier dan de vlieger in de boom.
Je leerde me vliegeren. Er was precies genoeg wind, en de vlieger ging hoger en hoger. We liepen een eindje verderop, en jij ging tevreden op een houten bankje zitten om te kijken naar hoe ik gedreven mijn nieuwe hobby beoefende.
Uiteindelijk had ik er genoeg van en ik begon hem in te halen. Op het moment dat het touw verstrikt raakte in de takken van de boom, raakte ik in paniek. Je snelde naar me toe maar je was al te laat. Na een tijdje proberen pakte je je zakmes en sneed de lijn door.
Ik wilde geen nieuwe vlieger. Waarom ik dat niet wilde, weet ik niet meer. Sinds die bewuste dag heb ik nooit meer gevliegerd.

Sierlijk bewegen ze in de wind
Glanzend weerkaatsen ze de zon
Uitdagend hangen ze hoog in de boom
Twee vliegers, beide onbereikbaar
Net als jij inmiddels
onbereikbaar
dinsdag 22 februari 2005
Lieve, allerliefste Opa...
zonder titel
Mijn hoofd kan mijn gedachten niet meer bijhouden
en gek genoeg
geniet ik daarvan
zondag 20 februari 2005
Jij
Als ik er bij nadenk, ken ik je eigenlijk helemaal nog niet zo lang. Toch heb ik het gevoel dat ik je al heel lang ken. Als jij bij me in de buurt bent, voel ik me volkomen op m'n gemak. Bij sommige mensen ben ik op een gegeven moment uitgepraat, terwijl ik daar bij jou helemaal geen last van heb. Als er in een van onze gesprekken een stilte valt, begin je al bijna meteen te praten. Altijd vinden we samen wel weer een onderwerp.
Je hebt ook van die ogen.. Ik kan ze niet eens goed omschrijven, maar als ik je aankijk dan voel ik me meteen weer goed. Als jij blij bent, steek je iedereen aan met je lach. Als je lacht, dan ben je zo mooi! Ik kan alleen al genieten door naar jou te kijken. Uren kan ik naar je kijken, ik heb er nog nooit de kans voor gehad, maar ik zou het graag eens doen.
Je hebt iets, iets magisch.
vrijdag 18 februari 2005
gemis
d gevoel. Jij bent iemand die ik kan vertrouwen, en er zijn maar weinig mensen die ik echt overal in kan vertrouwen. Niet dat we altijd gesprekken over zware onderwerpen hebben, meestal praten we gewoon wat, over het weer, jou sport, mijn sport, school.... woensdag 16 februari 2005
over engelengeduld
Heb je dat? Engelengeduld? Of, in ieder geval, dénk je dat je het hebt?
Gister heb ik het bewezen. Ik had een afspraak gemaakt bij de ruitersportzaak in hierden dat we er om 10 uur 's morgens zouden zijn met pony, om een zadel te passen. Mijn geduld werd op proef gesteld, en niet zo'n beetje ook...
Normaal loopt ze zonder problemen de trailer in, misschien moeten we er 3 keer op aan lopen, maar dan lukte het ook. Het duurde een half uur. Een half uur! Eventjes de pony in de trailer zetten... Wie opgefokter was weet ik niet. Zij, of ik. Of m'n moeder... Meerdere keren duwde mijn 'lieve' pony mijn 'gestressde' moeder de heg in.
Ondertussen dacht ik koortsachtig na over een manier waarop ik haar de trailer in zou kunnen krijgen. Uiteindelijk gaf mijn moeder het op en haalde de buurman. Deze lukte het uiteraard ook niet, tot ik mijn moeders arm gegrepen heb en het dier de trailer in heb gesleept.
Mijn geduld raakt ook een keer op.
Inmiddels hadden we nog een klein kwartiertje om op plaats van bestemming te komen, terwijl we toch minstens een half uur nodig zouden hebben. Ik heb dus maar naar hierden gebeld dat we een kwartiertje later kwamen.
Dit kwartiertje liep ook nog een uit tot een half uur, nadat mijn moeder ('Nee, je hoeft geen routebeschrijving te maken') drie keer verkeerd was gereden.
Russssstig blijven......
Dat ik m'n arm nu bijna niet meer kan bewegen van de spierpijn, moet ik maar gewoon accepteren.





