Heb je dat weleens meegemaakt? Je wilt, -laat ik als voorbeeld nemen- een boom. En niet zomaar een boom. Je wilt die ene, die daar op die hele hoge heuvel staat.
Die boom, die ’s zomers prachtig is, met mooie, ronde, groene bladeren. Waaronder je makkelijk een schaduwrijk plekje zou kunnen vinden, áls je er bij zou kunnen komen.
Die boom, wiens bladeren in de herfst rood, oranje en geel kleuren, waardoor hij werkelijk prachtig is.
Die boom, die ’s winters treurig de wind probeert te weerstaan. Hoge bomen vangen nou eenmaal veel wind toch?
Je ziet hem wachten op de lente, waarin langzaam weer kleine groene blaadjes verschijnen aan zijn takken.
Maar je komt er maar niet bij. Hoe hard je de heuvel ook oprent, des te harder je weer naar beneden valt. Hij is onbereikbaar, en hierdoor wordt het verlangen ernaar groter en groter. Iets zegt je dat het mogelijk moet zijn, het móet mogelijk zijn hem te bereiken, maar je weet niet hoe.

Struikelend ren ik door het gras
Je laat me mijn fouten maken
Ergens in mijn hoofd dwaalt de gedachte
Ooit zal het me lukken
Ooit zal ik de weg vinden
En dan zal jij voor altijd de mijne zijn
Geen opmerkingen:
Een reactie posten