We waren in Milaan. Ik kan me niet meer herinneren hoe hij heette. Dat hij prachtig was, weet ik nog wel. Er is nog nooit een kerk geweest die zo’n overweldigende indruk op me gemaakt heeft. Alleen de enorme buitenkant was al prachtig. Gigantische deuren sierden de gevel van het reusachtige gebouw. Eenmaal binnen leek hij nog groter dan vanaf het plein. Verwonderd vroeg ik me af hoe men dit kunstwerk had gebouwd zonder de moderne techniek van tegenwoordig. Aan de pilaren die het plafond ondersteunden leek geen eind te komen, zó hoog waren ze.
Overal brandden kaarsen. De kerk was redelijk donker. Het enige licht wat binnenkwam was hetgeen dat naar binnen scheen door de ramen van mozaïek, waardoor er stralen licht op de massieve vloer schenen.
Het was er stil. Een rustige, vredige stilte. Ik ging even zitten op een van de vele houten banken die het grote middendeel van de kerk vulden. Met mijn hoofd in m’n nek keek ik vol verwondering om me heen. Ik had nooit geweten dat je een gebouw zo geweldig mooi zou kunnen vinden!
Ik heb daar gebeden. Daar waar andere toeristen zachtjes langs me heen liepen en vol bewondering hun omgeving in zich opnamen. Op de een of andere manier had ik op díe plek heel erg het gevoel dat ik dicht bij God was.
‘Bedankt, dat ik dit mocht meemaken, het was prachtig.’
Geen opmerkingen:
Een reactie posten