zondag 27 februari 2005


Er staat een man aan de rand van het perron. Hij staart de diepte in, naar het spoor, waar over enkele minuten de sneltrein voorbij zal razen. Zijn handen trillen. Denkend aan wat hem het laatste jaar allemaal is overkomen, probeert hij een besluit te nemen. Er loopt een rilling over zijn rug.

Hij wipt op zijn tenen heen en weer, alsof hij zichzelf uitdaagt. ‘Toe dan, lafaard. Je durf het toch niet. Je zal wel het wel weer op het laatste moment af laten weten, zoals je altijd doet.’ Hij krijgt een verbeten trek rond zijn mond. Hij neemt een beslissing.
Door de luidsprekers klinkt een krakende stem. ‘De trein van 6 over half 10 heeft een half uur vertraging wegens het slechte weer.’

Zijn kaak ontspant zich. Opgelucht haalt hij adem. Is dit het nou? Heeft hij al die jaren zo zijn best gedaan om een goed mens te zijn, om vervolgens hier te eindigen? Kan hij niet beter hulp gaan zoeken in plaats van weg te rennen? Zijn hele leven rent hij al weg als er zich problemen voordoen. Een lafaard is hij.
Nog even tuurt hij naar de grauwe rails. Weifelend haalt hij zijn schouders op. Op zijn hakken draait hij zich om. Zijn lange jas wappert in de wind. Met zijn ogen half dichtgeknepen tegen de sneeuw loopt hij rustig weg. Weg van het perron. Hij is een held.

Geen opmerkingen: