vrijdag 4 februari 2005

ter herdenking

Ik heb hem al die tijd bewaard.

LITURGIE

Voor de afscheidsdienst van:

(…)

5 oktober 1982
7 december 2002


Je hebt voor elke minuut gestreden,
maar nu mag je naar de overkant.


Ik weet niet of er ooit een zin is geweest die me zo heeft geholpen bij een verlies. Ja dat is het, we zijn je gewoon verloren. Je zou beter worden. Ze hadden ons beloofd dat je beter zou worden. Na een jaar werd je zelfs beter verklaard. Wat waren we gelukkig, eindelijk was de ellende voorbij.

Maar de ziekte kwam terug. Meedogenloos. Je was niet meer te redden. Langzaam glipte je uit mijn vingers en ik kon niks doen, alleen maar toekijken. Het deed zo’n pijn…. Iedereen was radeloos. Steeds weer als ik je zag, was je weer magerder, je huid was bleek, maar je bleef wie je was.

Ik was zo ongelofelijk trots op je weet je dat? Je bleef sterk. Ik weet nog wel dat de dominee aan je vroeg of je niet boos was op God. ‘Nee,’ antwoordde jij. ‘Ik ben boos op dit lichaam, dit lichaam dat me in de steek laat.’ Als ik het even niet meer zag zitten, hielp je me. Je wilde voor zover dat kon dat alles gewoon bleef. Samen lachten we, maar we hebben ook heel veel gehuild samen.

Het gezang ‘Ga in het schip zegt Gij’ gaf jou het meeste steun.
Jij wilde dat wel, in een schip, naar de overkant.

Vaar naar de overkant


wacht daar op mij.

Toen je er niet meer was, voelde ik dat ik mocht huilen. Soms huil ik nog om jou. Gewoon omdat ik je zo mis. Maar het was ook niet eerlijk. Je was te jong. Jíj was degene die met gehandicapten werkte, alles deed wat je kon voor je medemens… Waarom nou toch jij? Dat heb ik me zo verschrikkelijk vaak afgevraagd.

Tijdens de afscheidsdienst heb ik alleen maar gehuild. Ik luisterde naar de dominee, naar je vader, je broer, ik troostte je moeder… Nog één keer zag ik jou, dat beeld vergeet ik nooit meer. Maar zo wil ik je helemaal niet herinneren. Ik wil aan je denken, aan je denken zoals je was. Hoe je genoot van het leven en altijd het zonnetje in huis was. Hoe je met me speelde toen ik nog klein was, hoe we samen praatten, lachten, huilden…

We zongen

Abba, Vader, U alleen
U behoor ik toe
U alleen doorgrondt mijn hart,
U behoort het toe
Laat mijn hart steeds vurig zijn,
U laat nooit alleen
Abba, Vader, u alleen
U behoor ik toe

Abba, Vader, laat mij zijn
Slechts van U alleen
Dat mijn wil voor eeuwig zij
d’Uwe en anders geen
Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer
Laat mij nimmer gaan.
Abba, vader, laat mij zijn
slechts van U alleen.

Nog steeds als ik dit zing denk ik meteen aan jou. Als ik alleen ben zing ik het nog weleens. Ik hoop dat je het hoort. Dat je weet dat ik aan je denk...

3 opmerkingen:

Thijs zei

Ik zou reageren als ik een goede post van je zag he (heb er al wel meerdere gezien hoor.

Maar ik dacht bij mezelf, zou ze het erg vinden als ik bij een supermooie post ook reageer?

Nouwjah in ieder geval wil ik even zeggen dat ik deze supergoed van je vind...

top...

Toutes les non zei

The Big-man maakte mij attent op deze post en ik wil jou in navolging van hem ook prijzen over dit stukje tekst! Ga zo door!

Magema zei

één woord: bedankt.