Ooit schreef ik een gedicht. Ik had het met zoveel gevoel geschreven dat ik het aan niemand wilde laten lezen. Ik las het elke dag, ik zong het, ik droomde het, maar niemand mocht hem leren kennen. Nu ik jou ken, nu ik jou écht ken, - ik denk (en hoop) tenminste dat dat zo is – zou ik dolgraag willen dat je hem las. Nu ik terugdenk aan wat er ongeveer in stond, weet ik dat het op jou sloeg. Maar ik wilde het niet toegeven aan mezelf. 
Nu is het te laat. Ik heb overal voor je gezocht, maar nergens vond ik hem. Ik herinnerde me dat ik hem in een slechte bui heb weggegooid.
Ooit zat hij in het geheugen van mijn computer, maar hij is gewist. Net als wat ik voelde voor jou. Al vraag ik me soms af of dat er nog steeds is.
Weg. Hij was weg. Meteen nadat ik die laatste vernietigende klik met mijn muis had gegeven, had ik spijt. Nooit kan ik dat gedicht nog een keer schrijven. Er zat teveel gevoel in.
Maar ik wil wel dat je weet, dat ik ooit een gedicht voor jou geschreven heb. En ik beloof je niks, maar misschien waag ik ooit wel weer een poging.

Nu is het te laat. Ik heb overal voor je gezocht, maar nergens vond ik hem. Ik herinnerde me dat ik hem in een slechte bui heb weggegooid.
Ooit zat hij in het geheugen van mijn computer, maar hij is gewist. Net als wat ik voelde voor jou. Al vraag ik me soms af of dat er nog steeds is.
Weg. Hij was weg. Meteen nadat ik die laatste vernietigende klik met mijn muis had gegeven, had ik spijt. Nooit kan ik dat gedicht nog een keer schrijven. Er zat teveel gevoel in.
Maar ik wil wel dat je weet, dat ik ooit een gedicht voor jou geschreven heb. En ik beloof je niks, maar misschien waag ik ooit wel weer een poging.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten