Je bent zo dicht bij me en tegelijkertijd zó ver weg. Ik reik mijn armen naar je uit, maar ik kan net niet bij je. Ik zou je zo graag eens vast willen pakken. Ik wil je vasthouden, en nooit meer loslaten. Maar het kan niet. Het is niet mogelijk. Het ene moment denk ik dat ik je bijna heb, maar steeds glip je
weer door m’n vingers.
Ik ben verdrietig, om die onzichtbare grens tussen jou en mij, maar aan de andere kant ben ik blij dat we zo dicht bij elkaar staan. In sommige opzichten hebben we precies dezelfde mening, en daar kunnen we dan samen ook uren over praten. Maar soms heb ik het gevoel dat we zó tegenovergesteld zijn, dat we nooit dichter bij elkaar kunnen komen dan dat we nu zijn, hoe graag we dat ook zouden willen.
Misschien is het maar beter zo, al zou ik verschrikkelijk graag nóg meer van je zijn dan ik nu al ben…
weer door m’n vingers.Ik ben verdrietig, om die onzichtbare grens tussen jou en mij, maar aan de andere kant ben ik blij dat we zo dicht bij elkaar staan. In sommige opzichten hebben we precies dezelfde mening, en daar kunnen we dan samen ook uren over praten. Maar soms heb ik het gevoel dat we zó tegenovergesteld zijn, dat we nooit dichter bij elkaar kunnen komen dan dat we nu zijn, hoe graag we dat ook zouden willen.
Misschien is het maar beter zo, al zou ik verschrikkelijk graag nóg meer van je zijn dan ik nu al ben…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten