De wereld waait weg, en het gebeurd vlak voor mijn ogen. Als ik door het raam naar buiten kijk, zie ik een wazige wereld. Dikke regendruppels rollen langs het raam naar beneden. Gefascineerd staar ik ernaar. De druppels bewegen niet in een rechte lijn, ze gaan een beetje zigzaggend. Soms blijven ze opeens even op hun plaats hangen, om na een tijdje weer verder af te dalen. Ze voegen zich samen en scheiden weer, tot ze beneden aankomen en ik ze niet meer kan zien.
Buiten waait de wind. De bomen hellen vervaarlijk omstebeurt naar links of naar rechts, en even ben ik bang dat ze doormidden breken en vallen. Maar het gebeurt niet.
Steeds dezelfde bewegingen worden herhaald. Toch word ik er niet rustig van.

In mijn hoofd is het stil.
Buiten waait de wind. De bomen hellen vervaarlijk omstebeurt naar links of naar rechts, en even ben ik bang dat ze doormidden breken en vallen. Maar het gebeurt niet.
Steeds dezelfde bewegingen worden herhaald. Toch word ik er niet rustig van.

In mijn hoofd is het stil.
De storm raast over het land.
Wanneer zal zij gaan liggen?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten