zondag 27 februari 2005


Er staat een man aan de rand van het perron. Hij staart de diepte in, naar het spoor, waar over enkele minuten de sneltrein voorbij zal razen. Zijn handen trillen. Denkend aan wat hem het laatste jaar allemaal is overkomen, probeert hij een besluit te nemen. Er loopt een rilling over zijn rug.

Hij wipt op zijn tenen heen en weer, alsof hij zichzelf uitdaagt. ‘Toe dan, lafaard. Je durf het toch niet. Je zal wel het wel weer op het laatste moment af laten weten, zoals je altijd doet.’ Hij krijgt een verbeten trek rond zijn mond. Hij neemt een beslissing.
Door de luidsprekers klinkt een krakende stem. ‘De trein van 6 over half 10 heeft een half uur vertraging wegens het slechte weer.’

Zijn kaak ontspant zich. Opgelucht haalt hij adem. Is dit het nou? Heeft hij al die jaren zo zijn best gedaan om een goed mens te zijn, om vervolgens hier te eindigen? Kan hij niet beter hulp gaan zoeken in plaats van weg te rennen? Zijn hele leven rent hij al weg als er zich problemen voordoen. Een lafaard is hij.
Nog even tuurt hij naar de grauwe rails. Weifelend haalt hij zijn schouders op. Op zijn hakken draait hij zich om. Zijn lange jas wappert in de wind. Met zijn ogen half dichtgeknepen tegen de sneeuw loopt hij rustig weg. Weg van het perron. Hij is een held.

vrijdag 25 februari 2005

6 - voor Opa


De rouwstoet schuifelde over het pad.
Aan het eind van de keurige rij grauwe
grafstenen was een diepe kuil gegraven.
In de verte hoorde ik paarden hinniken.
Het was precies zoals het moest zijn.


Lieve Opa….,
Ooit zullen we weer samen zijn…..

Ik denk aan je terug, hoe je was… ( 5 – voor Opa )


In mijn dromen galopperen we samen over de heide. Wat we nooit samen hebben gedaan, maar wat ik wel heel graag gewild had, was samen over de heide rijden.
Jij was een paardenman, in hart en nieren. Niet alleen omdat ik het geweldige dieren vind doe ik aan deze sport. Ik doe het ook een klein beetje voor jou. Om de band die we hadden te behouden. Ik weet zeker dat je trots op me zou zijn als je wist hoe goed het nu met me ging. Je overleed 12 dagen voor mijn eerste succes. Ik won, voor jou.

Op je begrafenis huilde ik tot mijn tranen op waren. Tijdens de condoleance ging mijn laatste beetje zelfbeheersing kapot. Ik was je kwijt en dat deed me onnoemelijk veel pijn.
Tijdens de dienst waarin emotionele toespraken werden gehouden, huilde ik. Toen je oudste zoon een toespraak hield over zijn vader die hij verloren was. Toen hij je vergeleek met een grote boom, waar wij allen onder mochten schuilen als we daar behoefte aan hadden. Toen hij ons herinnerde aan de tijd dat je sterk was en gezond. Toen hij het nog één keer voorlas:


Denk aan mij terug
maar niet in dagen
van pijn en verdriet.
Denk aan mij terug
in stralende zon,
hoe ik was toen ik
alles nog kon.


Van alle mensen die op de begrafenis kwamen, was ik de enige die niet in de kist keek. Ik denk nog dagelijks aan je terug, aan hoe je was, toen je alles nog kon.

-xxx….x- ( 4 - voor Opa )

De dag van ons afscheid heeft enorm veel indruk op me gemaakt. Het was avond. Onderweg, in de auto naar jou toe, zei mama dat we erop moesten rekenen dat dit wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat we je zagen. Gek genoeg werd ik rustig bij deze gedachte. Protesteren heeft op zo’n moment toch geen zin. Misschien was het wel beter zo.
Je zag er erg slecht uit. Moe gestreden was je. Te moe om nog te vechten. Het was voorbij, je begon het op te geven.
Die avond hing er een eigenaardige sfeer bij jou in de huiskamer. Af en toe wisselden we een blik. Een blik die meer betekende dan elke andere die je mij ooit toegeworpen had. Je kón niet meer. Ik was er klaar voor, ik voelde dat ik je los kon laten, je laten gaan naar een plek waar je nooit meer pijn en verdriet zou hebben.
Toen kwam het moment van afscheid.
We omhelsden elkaar.

‘Houd je taai hè?’ zei je.

Ik kuste je. Viermaal. Geen drie kussen, maar vier. Op de een of andere manier vond ik dat een mooi gebaar. Een definitief afscheid.


Vier woorden
Vier kussen
Ontelbaar veel tranen

Spanje ( 3 - voor Opa )


Het gebeurde een paar jaar geleden. Ik was een jaar of 12. Samen met oma was je op vakantie naar Spanje. Jullie zaten daar op een camping, te genieten van het mooie weer.
De telefoon ging en aan papa’s gezicht zag ik dat er iets mis was. Je was ziek, ziek geworden in het verre Spanje. Of het besmettelijk was wisten ze niet, dat je niet terug naar huis mocht met het vliegtuig was zeker. Je moest zelf maar thuis zien te komen. Getwijfeld werd er niet. De volgende dag zwaaide ik mijn vader uit, hij ging op weg naar Schiphol, vanwaar hij naar Zuid-Spanje zou vliegen.
Een paar dagen later waren jullie terug. Papa was kapot, de hele weg had hij achter het stuur gezeten, jij was niet in staat om te rijden, oma kon niet rijden met een caravan. Je moest zo snel mogelijk naar het ziekenhuis, dus af en toe uitrusten zat er voor hem niet in.
Er werd geelzucht geconstateerd. Vraag me niet wat het precies inhoudt. Ik heb me er niet erg in verdiept, want al snel werd duidelijk dat er een verkeerde diagnose was gesteld. Wat jij had, was helemaal geen geelzucht.


Het was nog veel erger. Je had kanker.


Toen ik het hoorde wist ik niet hoe ik moest reageren. In een waas hoorde ik stemmen die me zeiden dat je ernstig ziek was, en niet meer beter zou worden. Je had toen nog 2 maanden te leven.
Dat je daarna nog een moeizame anderhalf jaar bij ons was, leek natuurlijk positief, maar als ik in je ogen keek, en zag hoe je leed, werd ik zo intens verdrietig…

Anderhalf jaar leefde je nog
een klein wonder

Ik keek toe en zag je vechten
Ik kon niks doen
Ik keek toe

Jij, altijd hielp je me overal
Ik was machteloos
wilde je helpen
Onmogelijk

donderdag 24 februari 2005

Fluisterbootje ( 2 - voor Opa )


Eén van de dingen die we altijd samen deden als we op vakantie gingen, was varen. We huurden een fluisterbootje en vaarden de hele dag. Op mijn knieën zat ik voorin de boot, en ik tuurde in het water. Jij zat achterin, en stuurde de boot. Het was in de tijd dat ik net doorhad wat nou links, en wat nou rechts was. Je maakte me in de war toen je naar links stuurde, terwijl de boot naar rechts ging. Ik zag er de logica gewoon niet van in. Geduldig als altijd legde je me uit hoe het zat, maar ik geloofde het nog steeds niet.
Nieuwsgierig keek ik naar de plek waar de motor in het water verdween, maar meer dan kleine golfjes zag ik niet. Totdat je een stuurfout maakte en de boot het riet in stuurde. In eerste instantie hadden we er wel lol om, maar die pret was al snel weer voorbij toen je ontdekte dat er riet vastzat in de schroef. De motor werd afgezet en je ging het riet er proberen uit te halen.
Ik zat ondertussen alweer in de spitse neus van de boot, helemaal voorin, en ik keek naar het water, wat steeds rustiger werd. De boot dobberde kalm rond tussen de muren van riet. In de volmaakte rust die volgde zwom een groepje eenden langs. Je reikte me een zakje brood aan, en ik gooide kleine plukjes brood zo goed mogelijk in de buurt van de moedereend en haar kuikens. Dankbaar kwetterend aten ze het op.
Je startte de motor weer en we vaarden verder. Ik keek de eenden die inmiddels verder zwommen zo lang mogelijk na tot ze uit het zicht verdwenen.


Je was er altijd voor me
Jij en ik, altijd samen
Maar nu, waar ik ook kijk


Je bent uit mijn gezichtsveld verdwenen

woensdag 23 februari 2005

Vliegeren ( 1- voor Opa )


Ik weet nog dat we ergens langs het water liepen en ik een vlieger ontdekte, die sierlijk door de lucht zwierde. Blij wees ik er naar, en jij was vastbesloten hem voor me te gaan halen. Na er samen een eindje achteraan gehold te hebben, zwierde de vlieger, nog steeds vrolijk wapperend, een boom in. Daar bleef hij hangen.
Met tranen in mijn ogen en mijn hoofd in mijn nek, keek ik, tegen de felle zon in, naar de top van de boom. Daar hing hij, glanzend, en met prachtige kleuren. Hij leek wel een beetje uitdagend, zoals hij daar hing. Het was een gewone, ruitvormige vlieger met 2 linten onderaan, een blauwe en een rode. Je keek me aan, en zocht woorden om me te troosten.


Ik was verdrietig, om iets wat ik nooit had gehad, en ook nooit zou krijgen.


Hand in hand liepen we terug naar het centrum, waar we al gauw een speelgoedzaak hadden gevonden. Dolblij was ik, met mijn eigen vlieger. Even later liep ik vrolijk likkend aan een ijsje naast je, met mijn nieuwe vlieger onder mijn kleine armpje. Je wilde hem best voor me dragen, maar ik was trots en sjouwde hem met me mee.
Toen we onze ijsjes op hadden, besloten we hem samen in elkaar te zetten. Na wat onenigheid (we waren nou eenmaal allebei eigenwijs) was hij klaar. Hij was nog mooier dan de vlieger in de boom.
Je leerde me vliegeren. Er was precies genoeg wind, en de vlieger ging hoger en hoger. We liepen een eindje verderop, en jij ging tevreden op een houten bankje zitten om te kijken naar hoe ik gedreven mijn nieuwe hobby beoefende.
Uiteindelijk had ik er genoeg van en ik begon hem in te halen. Op het moment dat het touw verstrikt raakte in de takken van de boom, raakte ik in paniek. Je snelde naar me toe maar je was al te laat. Na een tijdje proberen pakte je je zakmes en sneed de lijn door.
Ik wilde geen nieuwe vlieger. Waarom ik dat niet wilde, weet ik niet meer. Sinds die bewuste dag heb ik nooit meer gevliegerd.




Sierlijk bewegen ze in de wind
Glanzend weerkaatsen ze de zon
Uitdagend hangen ze hoog in de boom
Twee vliegers, beide onbereikbaar


Net als jij inmiddels
onbereikbaar





dinsdag 22 februari 2005

Lieve, allerliefste Opa...


Opnieuw ga ik iets schrijven voor een persoon die me zeer dierbaar is geweest. In de tijd dat hij een deel uitmaakte van mijn leven, was ik nog jong, maar er zijn zekere gebeurtenissen die ik me nog herinner als de dag van gisteren.

Ook hij overleed na een ongelijke strijd tegen kanker.
Ook hem mis ik nog elke dag.
Ook hij zal altijd een speciaal plekje in mijn hart houden.

zonder titel


Met een pen in mijn hand staar ik naar het lege papier. Ik heb besloten om voortaan mijn ideeën op te schrijven, meteen als ik een onderwerp in gedachten heb.
In veel situaties bedenk ik tegenwoordig dat ik erover wil schrijven. Tegen de tijd dat ik dan achter mijn computer zit ben ik alles kwijt. Dan besluit ik uiteindelijk maar om niks te schrijven.
Ik wil in elke zin die ik schrijf mijn complete gevoel stoppen, en dat is niet makkelijk. Je stelt je nou eenmaal heel erg kwetsbaar op, en soms maakt dat me bang. Van sommige dingen wil ik gewoon niet dat iemand ze leest. Ik ben bang dat ik er negatieve reacties op krijg. Op zich kan ik dat wel hebben, maar sommige dingen liggen zó gevoelig, dat elke reactie die ook maar een beetje negatief lijkt, me pijn doet.
Als ik 's avonds in mijn bed lig komen de beste ideeën naar boven. De bovenste lade van mijn nachtkastje ligt vol met verfrommelde stukjes papier waarop onleesbare woorden staan die ik 's nachts in het donker heb opgeschreven. Vaak staan er alleen steekwoorden op, die verder niemand zal begrijpen. De logica achter dat ene woord wordt pas duidelijk wanneer ik er iets om heen schrijf.
Zelf dán weet ik nog niet precies wat ik ga schrijven. Meestal komen de zinnen zo snel achter elkaar in me op dat mijn pen het nauwelijks bij kan houden.


Mijn hoofd kan mijn gedachten niet meer bijhouden
en gek genoeg
geniet ik daarvan

zondag 20 februari 2005

ideaal



Zou je niet mooier dan mooi willen zijn als het kon?

Jij


Als ik er bij nadenk, ken ik je eigenlijk helemaal nog niet zo lang. Toch heb ik het gevoel dat ik je al heel lang ken. Als jij bij me in de buurt bent, voel ik me volkomen op m'n gemak. Bij sommige mensen ben ik op een gegeven moment uitgepraat, terwijl ik daar bij jou helemaal geen last van heb. Als er in een van onze gesprekken een stilte valt, begin je al bijna meteen te praten. Altijd vinden we samen wel weer een onderwerp.
Je hebt ook van die ogen.. Ik kan ze niet eens goed omschrijven, maar als ik je aankijk dan voel ik me meteen weer goed. Als jij blij bent, steek je iedereen aan met je lach. Als je lacht, dan ben je zo mooi! Ik kan alleen al genieten door naar jou te kijken. Uren kan ik naar je kijken, ik heb er nog nooit de kans voor gehad, maar ik zou het graag eens doen.
Je hebt iets, iets magisch.


Als ik in je ogen kijk,
kan ik niet beschrijven
wie of wat ik zie
Ik ben dol op je
maar ik weet niet of
dat voor jou ook zo is

vrijdag 18 februari 2005

gemis


Nu je er een tijdje niet bent, merk ik dat ik iets mis. Ik wil niet wanhopig 'klinken', maar ik vind het gezelliger mét jou. Je bent er altijd, of nouja, bijna altijd. Er is altijd wel een manier waarop ik je binnen een minuut kan bereiken, en dat geeft me een geruststellend gevoel. Jij bent iemand die ik kan vertrouwen, en er zijn maar weinig mensen die ik echt overal in kan vertrouwen. Niet dat we altijd gesprekken over zware onderwerpen hebben, meestal praten we gewoon wat, over het weer, jou sport, mijn sport, school....
Soms vraag ik hoe het eigenlijk met je gaat. Meestal reageer je dan een beetje verbaasd. Ik zal het je uitleggen:
Ik ben zelf iemand die zich nog wel eens anders voordoet dan dat ze zich werkelijk voelt. Is het nodig, dat ik anderen lastig val met mijn problemen, als ze me verder toch niet kunnen helpen? Al is een luisterend oor en een troostend woord soms ook heel fijn...

Als ik vraag hoe het met je gaat, hoef je niet meteen op de automatische piloot te antwoorden dat alles goed is. Zit je iets dwars? Vertel het me, that's what friends are for, isn't it?


woensdag 16 februari 2005

over engelengeduld



Heb je dat? Engelengeduld? Of, in ieder geval, dénk je dat je het hebt?
Gister heb ik het bewezen. Ik had een afspraak gemaakt bij de ruitersportzaak in hierden dat we er om 10 uur 's morgens zouden zijn met pony, om een zadel te passen. Mijn geduld werd op proef gesteld, en niet zo'n beetje ook...
Normaal loopt ze zonder problemen de trailer in, misschien moeten we er 3 keer op aan lopen, maar dan lukte het ook. Het duurde een half uur. Een half uur! Eventjes de pony in de trailer zetten... Wie opgefokter was weet ik niet. Zij, of ik. Of m'n moeder... Meerdere keren duwde mijn 'lieve' pony mijn 'gestressde' moeder de heg in.
Ondertussen dacht ik koortsachtig na over een manier waarop ik haar de trailer in zou kunnen krijgen. Uiteindelijk gaf mijn moeder het op en haalde de buurman. Deze lukte het uiteraard ook niet, tot ik mijn moeders arm gegrepen heb en het dier de trailer in heb gesleept.
Mijn geduld raakt ook een keer op.
Inmiddels hadden we nog een klein kwartiertje om op plaats van bestemming te komen, terwijl we toch minstens een half uur nodig zouden hebben. Ik heb dus maar naar hierden gebeld dat we een kwartiertje later kwamen.
Dit kwartiertje liep ook nog een uit tot een half uur, nadat mijn moeder ('Nee, je hoeft geen routebeschrijving te maken') drie keer verkeerd was gereden.


Russssstig blijven......


Dat ik m'n arm nu bijna niet meer kan bewegen van de spierpijn, moet ik maar gewoon accepteren.

dinsdag 15 februari 2005

alleen even


Zachtjes fluister ik
Ik fluister je naam
Ik wil je zeggen
Dat ik van je hou

zaterdag 12 februari 2005

het stormt

De wereld waait weg, en het gebeurd vlak voor mijn ogen. Als ik door het raam naar buiten kijk, zie ik een wazige wereld. Dikke regendruppels rollen langs het raam naar beneden. Gefascineerd staar ik ernaar. De druppels bewegen niet in een rechte lijn, ze gaan een beetje zigzaggend. Soms blijven ze opeens even op hun plaats hangen, om na een tijdje weer verder af te dalen. Ze voegen zich samen en scheiden weer, tot ze beneden aankomen en ik ze niet meer kan zien.
Buiten waait de wind. De bomen hellen vervaarlijk omstebeurt naar links of naar rechts, en even ben ik bang dat ze doormidden breken en vallen. Maar het gebeurt niet.
Steeds dezelfde bewegingen worden herhaald. Toch word ik er niet rustig van.

In mijn hoofd is het stil.

De storm raast over het land.
Wanneer zal zij gaan liggen?

donderdag 10 februari 2005

onbereikbaar

Je bent zo dicht bij me en tegelijkertijd zó ver weg. Ik reik mijn armen naar je uit, maar ik kan net niet bij je. Ik zou je zo graag eens vast willen pakken. Ik wil je vasthouden, en nooit meer loslaten. Maar het kan niet. Het is niet mogelijk. Het ene moment denk ik dat ik je bijna heb, maar steeds glip je weer door m’n vingers.
Ik ben verdrietig, om die onzichtbare grens tussen jou en mij, maar aan de andere kant ben ik blij dat we zo dicht bij elkaar staan. In sommige opzichten hebben we precies dezelfde mening, en daar kunnen we dan samen ook uren over praten. Maar soms heb ik het gevoel dat we zó tegenovergesteld zijn, dat we nooit dichter bij elkaar kunnen komen dan dat we nu zijn, hoe graag we dat ook zouden willen.

Misschien is het maar beter zo, al zou ik verschrikkelijk graag nóg meer van je zijn dan ik nu al ben…

koop vs. ruil


“Ik zou graag een nieuw pakje snaren hebben voor deze gitaar.”


“Dat lijkt me een redelijke ruil,” zei de verkoper.

woensdag 9 februari 2005

koosnaampje

Een tijd geleden gaf ik je die naam. Waarom weet ik niet, het was een soort samensmelting van delen van je échte naam. Het klonk wel leuk, lekker kort, en niemand anders heette zo. Je was zo niet de standaard (..)loes, (..)lies of eef(..).
Jij vond het wel leuk, we hadden er samen wel plezier in.
Ik noem je nog steeds zo, en je luistert er nog steeds naar. Nu ik net las dat jij jezelf ook zo noemt, ben ik nog blijer met je dan ik al was. Het is iets van ons samen, helaas zie ik zo alweer gebeuren dat anderen je ook zo gaan noemen. Als je maar niet vergeet wie hem je gaf...

Laten we genieten van dit samenspel, tot het onderbroken zal worden...

verlangen

Is het beter om alleen te verlangen naar jou,
dan je te vertellen hoe het is, te verlangen naar jou?

Misschien is het beter om iets niet te hebben
dan om het gelijk al weer kwijt te zijn
Waarom zou ik dat wat ik niet heb
en koester verspelen,
voor iets wat niet waar kan zijn?

dinsdag 8 februari 2005

verloren herinnering

Weet je nog, toen? Het is al een aantal jaren geleden, en ik vraag me af of je het je nog herinnert. Eigenlijk was het niet bijzonder, maar toch ben ik het nooit vergeten. Soms denk ik er nog eens aan terug, maar die gedachte wordt dan meteen opgevolgd door een onbehaaglijk gevoel. Misschien is het maar goed ook, dat je het vergeten bent. Raar eigenlijk, dat je sommige dingen gewoon vergeet, en dat zelfs als iemand ze je weer verteld er geen lampje gaat branden.
Maar het is goed. Stel je toch voor, dat je alles wat je ooit meemaakte niet meer zou vergeten? Zou je dan niet gek worden van je eigen gedachten?


Als het zo onbelangrijk voor je was,
dat je het compleet vergeten bent,
is het dan niet logisch dat je de
moeite niet hebt genomen het
te onthouden?


zondag 6 februari 2005

pianohanden

Dat jij mooie handen had, daar waren we het wel over eens. Magere handen had je, met van die mooie, slanke vingers. Lange vingers had je, wat zou je daar mooi piano mee kunnen spelen... Maar je had geen piano. Soms vroeg ik me af waarom. Je moeder was trots, trots omdat jij zulke mooie handen had. Ze heeft het er meerdere malen over gehad.

Waarom die piano er dan niet kwam, dat weet ik niet. Je woonde in een rijtjeshuis, misschien maakte het teveel lawaai. Misschien konden jullie het niet betalen, het is natuurlijk nogal een aanschaf, en als je het niet echt heel erg graag wilt...

Nu ik er bij nadenk; ik ben jou er eigenlijk nooit over gehoord. Je hebt me nooit gezegd dat je graag muziek wilde maken. Ik heb ook geen idee of je muzikaal was. Je zong nooit -tenminste niet wanneer ik bij je was- en je hebt voor zover ik me kan herinneren ook geen instrument gespeeld, al kan ik dat natuurlijk mis hebben.

Misschien interesseerde het je niet, misschien dacht je dat er toch geen kans was dat je het ooit zou leren. Ik zou het je graag willen vragen, maar het is te laat.

Juist nu je er niet meer bent had ik je graag eens horen spelen, met die prachtige handen van je...

zaterdag 5 februari 2005

kon je maar praten


Ik zou zo graag eens willen dat je
tegen me kon praten.
Vooral na wat je vandaag deed.
Wat ging er in je om?
Toen ik je op die hindernis afreed?

Je deed nog wel zo goed je best
en opeens stopte je
Waarom moest je dat nou doen?
Wat ging er in je om?
Maar toch blijf je MIJN kampioen...


vrijdag 4 februari 2005

ter herdenking

Ik heb hem al die tijd bewaard.

LITURGIE

Voor de afscheidsdienst van:

(…)

5 oktober 1982
7 december 2002


Je hebt voor elke minuut gestreden,
maar nu mag je naar de overkant.


Ik weet niet of er ooit een zin is geweest die me zo heeft geholpen bij een verlies. Ja dat is het, we zijn je gewoon verloren. Je zou beter worden. Ze hadden ons beloofd dat je beter zou worden. Na een jaar werd je zelfs beter verklaard. Wat waren we gelukkig, eindelijk was de ellende voorbij.

Maar de ziekte kwam terug. Meedogenloos. Je was niet meer te redden. Langzaam glipte je uit mijn vingers en ik kon niks doen, alleen maar toekijken. Het deed zo’n pijn…. Iedereen was radeloos. Steeds weer als ik je zag, was je weer magerder, je huid was bleek, maar je bleef wie je was.

Ik was zo ongelofelijk trots op je weet je dat? Je bleef sterk. Ik weet nog wel dat de dominee aan je vroeg of je niet boos was op God. ‘Nee,’ antwoordde jij. ‘Ik ben boos op dit lichaam, dit lichaam dat me in de steek laat.’ Als ik het even niet meer zag zitten, hielp je me. Je wilde voor zover dat kon dat alles gewoon bleef. Samen lachten we, maar we hebben ook heel veel gehuild samen.

Het gezang ‘Ga in het schip zegt Gij’ gaf jou het meeste steun.
Jij wilde dat wel, in een schip, naar de overkant.

Vaar naar de overkant


wacht daar op mij.

Toen je er niet meer was, voelde ik dat ik mocht huilen. Soms huil ik nog om jou. Gewoon omdat ik je zo mis. Maar het was ook niet eerlijk. Je was te jong. Jíj was degene die met gehandicapten werkte, alles deed wat je kon voor je medemens… Waarom nou toch jij? Dat heb ik me zo verschrikkelijk vaak afgevraagd.

Tijdens de afscheidsdienst heb ik alleen maar gehuild. Ik luisterde naar de dominee, naar je vader, je broer, ik troostte je moeder… Nog één keer zag ik jou, dat beeld vergeet ik nooit meer. Maar zo wil ik je helemaal niet herinneren. Ik wil aan je denken, aan je denken zoals je was. Hoe je genoot van het leven en altijd het zonnetje in huis was. Hoe je met me speelde toen ik nog klein was, hoe we samen praatten, lachten, huilden…

We zongen

Abba, Vader, U alleen
U behoor ik toe
U alleen doorgrondt mijn hart,
U behoort het toe
Laat mijn hart steeds vurig zijn,
U laat nooit alleen
Abba, Vader, u alleen
U behoor ik toe

Abba, Vader, laat mij zijn
Slechts van U alleen
Dat mijn wil voor eeuwig zij
d’Uwe en anders geen
Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer
Laat mij nimmer gaan.
Abba, vader, laat mij zijn
slechts van U alleen.

Nog steeds als ik dit zing denk ik meteen aan jou. Als ik alleen ben zing ik het nog weleens. Ik hoop dat je het hoort. Dat je weet dat ik aan je denk...

donderdag 3 februari 2005

Microsoft Word – Document 13

Ik ben niet tevreden. Ik wil iets schrijven. Ik wil iets schrijven waarvan ik achteraf zeg van ja, dat was een goed stuk. Maar dat valt lang niet altijd mee. Het is nooit perfect. Altijd denk ik nadat ik iets gepost heb, dat het nog niet goed genoeg is. Dan ga ik hem net zolang verbeteren tot ik tevreden ben. En soms dan lukt het gewoon niet. Dan heb ik al zo vaak op de edit-knop geklikt dat ik de tel ben kwijtgeraakt.

Misschien moet ik maar gewoon een keer tevreden zijn en er niks meer aan veranderen. Als ik mijn échte gedachten wil weergeven moet ik natuurlijk niet gaan wissen wat ik als eerste ingeving opschreef.

Maar als ik denk dat ik iets mooier kan opschrijven, beter kan formuleren dan ik in eerste instantie deed, mag het dan wel?

woensdag 2 februari 2005

toch?

ik wilde je alleen maar even zeggen
dat ik zo trots op je ben
je weet het toch wel
wat ik nu
bedoel?

droom

Ik lig in het gras. Het kriebelt een beetje in m’n nek. Met mijn ogen dicht en kauwend op een grassprietje lig ik daar. Ik geniet. Zachtjes hoor ik de wind ruisen door de bladeren aan de bomen. Vlak naast me springt een vogeltje door het gras, op zoek naar eten. Mijn ademhaling is geruisloos. Vanuit mijn ooghoek houd ik hem in de gaten, totdat ie opvliegt en achter de bomen verdwijnt.
Ik zucht. Wat is die zon toch lekker warm. Ik denk aan wat ik allemaal gedaan heb vandaag, en ik denk aan wat ik nog allemaal moet doen.
Nu even niet. Even pauze.
Zo blijf ik liggen. Rustig, absolute rust. Achter mijn gesloten ogen spelen zich allerlei beelden af. Hoe zou het met opa zijn? Hoe ziet de hemel eruit? Wat is het lekker warm vandaag….
Mijn ademhaling wordt steeds trager en regelmatiger. Langzaam raak ik steeds verder weg. Ik voel het, ik laat het gebeuren. Langzaam val ik in slaap.



Ik schrik wakker. Naast me galmt mijn wekkerradio een liedje, met een ruis er doorheen. ‘Blij’ constateer ik dat ik in ieder geval niet in het reclameblok ben gewekt. Om me heen tastend zoek ik de lichtknop. Mijn ogen knijpen dicht door het felle licht.

In het donker flitst nog één keer mijn droom voorbij. Was het maar weer zomer…

dinsdag 1 februari 2005

gedicht voor jou

Ooit schreef ik een gedicht. Ik had het met zoveel gevoel geschreven dat ik het aan niemand wilde laten lezen. Ik las het elke dag, ik zong het, ik droomde het, maar niemand mocht hem leren kennen. Nu ik jou ken, nu ik jou écht ken, - ik denk (en hoop) tenminste dat dat zo is – zou ik dolgraag willen dat je hem las. Nu ik terugdenk aan wat er ongeveer in stond, weet ik dat het op jou sloeg. Maar ik wilde het niet toegeven aan mezelf.
Nu is het te laat. Ik heb overal voor je gezocht, maar nergens vond ik hem. Ik herinnerde me dat ik hem in een slechte bui heb weggegooid.
Ooit zat hij in het geheugen van mijn computer, maar hij is gewist. Net als wat ik voelde voor jou. Al vraag ik me soms af of dat er nog steeds is.
Weg. Hij was weg. Meteen nadat ik die laatste vernietigende klik met mijn muis had gegeven, had ik spijt. Nooit kan ik dat gedicht nog een keer schrijven. Er zat teveel gevoel in.

Maar ik wil wel dat je weet, dat ik ooit een gedicht voor jou geschreven heb. En ik beloof je niks, maar misschien waag ik ooit wel weer een poging.

over 'mouten'

Ik opende de Dikke van Dale. Ik zocht inspiratie. Mijn oog viel op een woord. Ik wilde nu gaan zeggen op welke bladzijde dat woord dan wel stond, maar tot mijn verbazing zag ik geen bladzijdennummers. In ieder geval, ik ontdekte het werkwoord 'mouten'.

Mou-ten (ov.ww.:moutte, h. gemout) 0.1 mout maken

Goh, ben ik hier mee op geschoten… Wat is mout? Ik heb echt geen flauw idee. Uiteraard heb ik net het boek weer dicht gedaan, en zuchtend open ik het weer. 't Zou toch wel handig zijn als dat ding nummers op z’n bladzijden had staan. Nou moet ik weer helemaal gaan nadenken over het feit dat de M na de L komt, die na de K komt en dat als ik de M gevonden heb ik naar de O moet gaan zoeken, net zoals de U, de T, de E en de N.

M O U T E N. Grappig woord eigenlijk.

Boven het woord staat het woord wat gemaakt wordt bij bovenstaand woord. Als je begrijpt wat ik bedoel.

Mout (het, de~(m.)) 0.1 ontkiemd en daarna gedroogd graan

Oh dat. Ik kan nou niet echt van mezelf zeggen dat ik een graanexpert ben, dus het zal wel zo zijn. Hoe komen ze erop? Mout. Mouten. Verveelde iemand zich ofzo? Nou goed, weer iets geleerd. Ik vraag me af of ik het morgen nog weet. Of overmorgen, of de dag erna. Maakt het uit? Ik heb nou niet bepaald het gevoel dat ik ooit nog eens in aanraking zal komen met dit woord.

Heb ik het lekker toch ontdekt!