Af en toe verveel ik me dood. Mijn leven bestaat grotendeels uit: school, pony en computer. Meer niet? Tuurlijk wel! Vrienden zijn erg belangrijk, maar die spreek ik vooral op school, en achter de computer. Heerlijk vind ik het om eens een avondje iets te gaan dóen met z'n allen.
Moe word ik ervan, om elke dag veel te vroeg wakker te moeten worden, naar school te moeten fietsen door de kou, daar tot het eind van de middag te zitten terwijl ik het idee heb dat 6 van de 9 lesuren eigenlijk toch niks voorstellen, weer naar huis fietsen, in het donker thuiskomen, te leren, eten, paardrijden, thuiskomen, douchen en naar bed.
Deprimerend vind ik het feit dat ik in het donker naar school ga, en ook in het donker weer thuis kom. De tijd dat het licht is, zit ik binnen in het schoolgebouw.
's Winters ben ik sneller boos, chagrijnig en sneller geïrriteerd. Als ik op een mooie, zonnige dag erachter kom dat er weer blaadjes aan de bomen groeien, de zon langer schijnt en het stopt met vriezen, kan mijn humeur niet meer stuk. De lammetjes, kalveren en veulens die vrolijk door de wei huppelen en af en toe hun moeder of leeftijdsgenootjes ophitsen met als gevolg op hol geslagen kuddes door de weilanden. Hyperactief word ik ervan, terwijl ik lusteloos wordt zodra ik kale bomen in een grijs en grauw landschap zie.
Toch heeft de winter ook wel wat. Als je toch lekker voor het warme haardvuur zit met een goed boek, en het buiten sneeuwt. Dán is de winter mooi. Maar als ik nu naar buiten kijk, naar de grauwe lucht, de kale bomen, de buurvrouw die met een dikke sjaal, muts en handschoenen koukleumend haar hond uitlaat, dan vind ik het verschrikkelijk. Maar goed, na regen komt zonneschijn (of regent, als je in het woordenboek kijkt).
Ik kom de winter wel door, en als de lente aanbreekt, zul je mij niet meer horen klagen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten