woensdag 20 april 2005

tranen in de stilte


‘Je kijkt bijna nooit meer vrolijk de laatste tijd. Zelfs als je lacht kijk je niet echt blij.’

Is het zo erg?

donderdag 14 april 2005


Zachtjes liepen we door het donker.
Iedereen was stil,
bang om de vredige rust te verstoren.
Het was donker
Erg donker
Samen liepen we door de heldere nacht
Ik voelde me veilig
Jouw warme hand hield me stevig vast

woensdag 13 april 2005

hooizolder

Langs haar bungelende benen kijkt ze naar beneden, de diepte in. Naast haar staat een ladder. Boven haar schijnt de zon. Even voelt ze zich raar, alsof ze haar evenwicht verliest. Het duurt een paar seconden. Plotseling is het weer weg. Ze zit er nog steeds. De zon schijnt fel. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes. Ze staart naar de diepte waar stukjes stro over het erf waaien. Ze gaat achterover liggen, op haar rug. Haar benen bungelen over de rand. Ze sluit haar ogen. Langzaam kauwt ze op een stukje stro. Ze luistert naar het liedje in haar hoofd;

Nog even blijven
Nog even hier

Zeg me dat alles zo is als het zijn moet
Maak nieuwe woorden
Verzin het leven
Lieg lief omdat ik niks anders wil dan dit
Zo is het goed

Want de nacht verdwijnt
Je moet wel blind zijn
wil je het ochtendlicht missen
Het komt eraan
Het komt met sprongen
En ik wil er niet aan

Nog even hier
Nog even samen

Even nog niemand die zegt hoe het ook kan
Drink de stilte
Proef het leven
Ik vraag je om niets en krijg alles wat ik wil
Zo is het goed

Ik weet dat er een morgen komt
Jij weet dat ook
Maar al te goed
Van opeens weer zoveel dingen
Van opeens alles wat moet
Van opeens de hele wereld van iedereen over me heen
Van opeens weer zoveel liedjes
En dan laat ik je alleen

Maar nog even niet
Nog even rusten

Even nog doen alsof dit niet voorbij gaat
Drink de stilte
Heel voorzichtig
Hoe trager je drinkt des te langer dat het lijkt
En zo is het goed

Drink de stilte
Hoe trager je drinkt, des te langer dat het lijkt
En zo is het goed
Zo is het goed

dinsdag 12 april 2005

Anouk - Hey Michel




Do you remember
How we walked the street to the beat
Hand in hand you and me
Smiling faces so in love
Hoping they all could see
That we belonged together
you and me against the world
But we found out the hard way
cause it wasn't meant to be

Now it is you and her I see

It was just a silly dream...

zaterdag 9 april 2005

...als ze anders zijn dan wij...


Ik fietste laatst naar huis, samen met haar. Het weer was mooi, de zon scheen, het waaide niet al te hard, lekker fietsweer! Op een gegeven moment passeerden we een bord: (brom)fietsers afstappen. We remden af en keken een beetje vertwijfeld om ons heen. ‘Volgens mij kunnen we er best langs hoor..’ Eén van de stratenmakers die bezig was met het fietspad riep naar ons: ‘Kom maar hoor, je kan er nog wel langes!’ We begonnen weer te trappen en fietsten voorzichtig langs de man, en zijn twee collega’s. Drie van die zware, stevige jongens waren het, welke allemaal meteen stopten met werken en op hun schop geleund naar ons gingen staan kijken. Ik voelde dat ik gekeurd werd. Dat overkomt me wel vaker, dat ik gewoon door de stad loop, waar groepjes jongeren staan, die je dan zo na gaan kijken tot je uit het zicht verdwenen bent. Vervelend, dan weet je niet hoe je je moet gedragen…
Maar weer even terug naar waar ik het over had. We fietsten dus langs die mannen, een ‘lompe’ opmerking afwachtend, welke uiteraard nog kwam ook: ‘Zulleke mooie dames mog’n er altied langes.’ Zei eentje met een grote grijs op z’n gezicht. Afgrijselijk vond ik het. Daar fiets ik dan met mijn 15 jaar langs een paar mannen van een jaar of 30/40, die dan zó’n foute opmerking maken. En dan ‘proaten’ ze ook nog zo verschrikkelijk plat..
We lachten er maar om, maar eigenlijk kan ik me daar best druk om maken. Ik sprak later op de dag met mijn vader over die ‘wat ik dan lompe boeren noem’. Na me een tijdje aangehoord te hebben zei hij: ‘Weet je waarom bankemployées dat niet doen?’ Ik kon wel tien redenen verzinnen, ‘…omdat die niet langs de weg werken!’ Bliksemsnel dacht ik na. Nee pap, dat zou niet kloppen. Waarom toetert er dan altijd wel een bouwvakker, een stratenmaker of een vrachtwagenchauffeur naar me, maar heb ik nog nooit iemand zien toeteren met een stropdas om en een net pak aan?
Toch, nu ik dit zo zeg, voel ik me een beetje een kakker, en dan in de negatieve zin van het woord. Het klinkt zo verschrikkelijk verwend, terwijl mijn grootouders ook bouwvakkers waren. Het voelt een beetje alsof ik mijn familie te min vind, wat helemaal niet zo is!
Ik wil mensen eigenlijk helemaal niet in hokjes plaatsen, maar het gebeurt automatisch. Skaters, alto’s, kakkers, gothics… Dan vraag je er toch om? Als jouw kledingkast alleen maar zwarte kleren bevat, je ogen 2 zwarte cirkels zijn van een afstand en je armbanden en ‘halsbanden’ met spikes draagt, mag ik je dan geen gothic noemen omdat ik je dan in een hokje plaats?
Ik ben geen skater, geen alto, geen gothic… Wat ben ik eigenlijk? Misschien is het wel fijn om te weten wát je bent…

vrijdag 8 april 2005

je toekomst tegemoet schommelen


Ik kijk uit het raam. Ik zie een meisje van een jaar of zes, met twee staartjes in haar bruine haren. Ze zit op een schommel. Achter haar staat een jongetje van negen jaar, die haar steeds harder duwt. Steeds hoger gaat de schommel. Ze lacht. ‘Niet te hoog!’ roept ze. Maar hij luistert niet. Hoger en hoger gaat de schommel.
Ze knijpt haar ogen stijf dicht. Als ze ze open had gedaan, kon ze verder kijken dan ze ooit gedaan had. Ik vraag me af of ze dat zou willen. Ze leeft in haar eigen wereldje. Haar wereld, die bestaat uit een huis, een tuin, een school en voor de rest waar ‘mama haar heen brengt’.
Ze weet nog niet dat ze over een jaar of tien een wereld zal kennen die duizend maal groter zal zijn dan haar huidige wereld. Ze zal kennis hebben over de complete Aarde en aardrijkskunde op school krijgen waarbij ze topografische kaarten moet leren en waar de leraar vertelt over andere culturen, godsdiensten en gebruiken. Ze zal problemen hebben zoals iedereen van haar leeftijd; ruzie met haar beste vriendin, slechte cijfers op school, weinig geld, verliefd op een onbereikbare jongen, niet teveel snoepen want dan word je dik…
Maar nu? Nu zit ze gewoon lekker te schommelen. Geen problemen, geen zorgen. Hoger en hoger gaat de schommel. Ze opent haar ogen en ze kijkt over de schutting. Het is zover, ze heeft weer een stukje wereld ontdekt.

Is het de tijd die verder gaat
terwijl ik stil blijf staan?

donderdag 7 april 2005

onderweg


Ze fietst naar huis.

Dwars tegen de wind in, de wind waait zo hard… Naast haar hoort ze een stem, maar ze is er zelf helemaal niet bij. Het voelt alsof ze even wegzweeft, alsof ze van boven op zichzelf neerkijkt en medelijden heeft met dat kleine meisje, op die grote wereld. Medelijden voelt ze, medelijden met het meisje, medelijden met zichzelf.


Ze fietst naar huis.
Terug naar de realiteit. Back to reality. Naast haar spreekt een stem. ‘Doe eens blij, waarom ben je zo chagrijnig? Ik ga naast háár fietsen hoor, jij zegt toch niks.’ Het doet een beetje pijn. ‘Waarom vraag je me niet wat me dwarszit? Waarom laat je me in de steek? Vind je me dan alleen maar interessant als ik lach, en grappig doe?’


Ze fietst naar huis.
Ze denkt aan wat er gister gebeurd is, aan wat er vandaag gebeurde. ‘Is er eigenlijk wel iets gebeurd? Nee, niks bijzonders… Waarom voel ik me dan zo… Zo raar? Zo neerslachtig, verdrietig, stil, moe, saai, verveeld, verdrietig..? Ze heeft gelijk, ik ben niet interessant. Ik heb niks leuks te melden, ik zeg niks, ik staar voor me uit, ik voel het opgewaaide zand in mijn ogen prikken, ik bén gewoon even niet leuk!’


Ze fietst naar huis.
Ze staart naar haar voeten die moeizaam proberen de trappers naar beneden te duwen, wat nauwelijks lukt. Eén keer stampt ze boos het ding naar beneden; ‘…wat is er nou met me aan de hand? Waarom voel ik nou zo?’ Het vooruitzicht over een uur thuis te komen, in een koud, leeg huis waar de stilte heerst, waar de boeken tevoorschijn gehaald, en er geleerd moet worden, geeft haar opnieuw een slecht gevoel.


Ze fietst naar huis.
De laatste 500 meter fietst ze alleen. Nog één heuvel te gaan. Ze kan niet meer. Halverwege de heuvel stopt ze. Even kijkt ze om zich heen, om na een paar seconden te besluiten toch maar verder te fietsen. ‘Ik ben er bijna.’ Het allerlaatste stukje heeft ze wind mee. Ze besluit niet op te geven. ‘Morgen ben ik weer vrolijk.’

dinsdag 5 april 2005

gewoon -> terug


Ik wil terug naar de tijd dat ik nog blij was met een taartje zand.
Ik wil terug naar de tijd dat ik op mijn blote knieën in de zon speelde.
Ik wil terug naar de tijd dat ik lachte en huilde tegelijk als ik achterover van de schommel viel…


Toen kon ik pas écht genieten. Ik genoot van elk moment dat ik op een pony zat met volle teugen, iets dat nu een ‘verplichte’ hobby is geworden. Uiteraard kan ik er nu ook van genieten, maar alleen op momenten dat het goed gaat. Waarom toch altijd dat gevoel dat je iets moet presteren? Zou alles niet veel leuker zijn als het gewoon ging om het dóen en niet om het winnen? Wat maakt het nou uit wie het mooiste zandtaartje bakt, je hebt er toch allemaal even veel plezier aan beleeft?
Ik wil opnieuw léren genieten. Genieten van de zon, van de lucht, het gras, de blaadjes aan de bomen… Is de wereld niet prachtig?
Hoe komt het toch dat zoveel mensen elk moment waarop ze werkelijk hun problemen zijn vergeten, ze meteen weer ophalen en erover gaan prakkizeren? Schieten we daar ook maar íets mee op? Kunnen we niet gewoon genieten van elk moment en dankbaar zijn voor alles wat we kunnen en hebben? Kunnen we niet gewoon dol zijn op iedereen en alles? Waarom toch altijd dat gevoel dat je iets vergeet, iets kwijt bent, iets verkeerd hebt gedaan…?


‘Geniet van het leven, het duurt maar even.’ Ja toch?

zondag 3 april 2005

begrijp me dan!


Ik snap je niet. Voel jij je beter door mij te kleineren? Voel je je daar beter door? Het ene moment kan ik het supergoed met je vinden, maar met één rotopmerking kun je mijn leuke dag verknallen. Heb je dan niet door hoeveel pijn je me daarmee doet? Ik kan best wel wat hebben, maar wat jij af en toe over mij zegt is zo gemeen dat ik er niet tegen kan.
Misschien is het je karakter. Maar wat brengt je er in vredesnaam toe iemand met zo veel overtuiging de grond in te stampen? ’t Is wel een beetje overdreven wat ik nu zeg, maar toch..
Gelukkig komen er meestal wel anderen voor me op als je weer bezig bent, maar kun je zelf dan niet in zien dat het verkeerd is? Geniet je ervan? Doe je er iemand een plezier mee? Doe je jezelf er een plezier mee?


Ik vind het prima als jij chagrijnig bent, maar wil je dit dan niet op mij afreageren?

zaterdag 2 april 2005

Indrukwekkend


We waren in Milaan. Ik kan me niet meer herinneren hoe hij heette. Dat hij prachtig was, weet ik nog wel. Er is nog nooit een kerk geweest die zo’n overweldigende indruk op me gemaakt heeft. Alleen de enorme buitenkant was al prachtig. Gigantische deuren sierden de gevel van het reusachtige gebouw. Eenmaal binnen leek hij nog groter dan vanaf het plein. Verwonderd vroeg ik me af hoe men dit kunstwerk had gebouwd zonder de moderne techniek van tegenwoordig. Aan de pilaren die het plafond ondersteunden leek geen eind te komen, zó hoog waren ze.
Overal brandden kaarsen. De kerk was redelijk donker. Het enige licht wat binnenkwam was hetgeen dat naar binnen scheen door de ramen van mozaïek, waardoor er stralen licht op de massieve vloer schenen.
Het was er stil. Een rustige, vredige stilte. Ik ging even zitten op een van de vele houten banken die het grote middendeel van de kerk vulden. Met mijn hoofd in m’n nek keek ik vol verwondering om me heen. Ik had nooit geweten dat je een gebouw zo geweldig mooi zou kunnen vinden!
Ik heb daar gebeden. Daar waar andere toeristen zachtjes langs me heen liepen en vol bewondering hun omgeving in zich opnamen. Op de een of andere manier had ik op díe plek heel erg het gevoel dat ik dicht bij God was.


‘Bedankt, dat ik dit mocht meemaken, het was prachtig.’