Ze stond op het koude perron. Een moe, bleek gezicht, nog niet klaar voor de dag. Toen haar wekker 's morgens ging, had ze niet geweten waar ze was. Haar eigen vertrouwde bed, in haar eigen vertrouwde omgeving had kil en eenzaam aangevoeld.
Ze dacht aan hem. Zou hij nog bellen?
Met haar ogen nog dicht was ze onder een warme douche gesprongen. Al voordat ze de kraan uitdraaide rilde ze opnieuw van de kou. Ontbijt, warme ovenbroodjes in een poging om zich op te warmen. Klappertandend was ze naar het station gefietst.
En nu stond ze daar, op dat perron. Alleen, maar met vele anderen. De gure novemberwind speelde met haar haren. Geen energie, maar móeten. De trein arriveerde, ze paste er nog nét bij in het halletje. Ze leunde uitgeput tegen de deur die achter haar sloot.
Flarden van gesprekken ving ze op. Gesprekken over koetjes en kalfjes, nooit over zaken die er echt toe deden. Wat was het warm, daar in die trein! Ze had moeite haar ogen open te houden, concentreerde zich op haar ademhaling. ,,Wat had ik ook alweer geleerd? Rustig, diep, vanuit mijn buik.."
Ze was opnieuw in haar eigen wereld. Het was haar bekend, ze wist wat ze moest doen. Er was alleen geen ruimte voor, geen ruimte om te gaan zitten, geen ruimte voor begrip van de mensen om haar heen. Haar bleke gezicht werd steeds witter, haar ademhaling riep golven van flauwte op, haar oren begonnen te suizen en het halletje waarin ze stond veranderde in een grauwe, wazige massa.
Paniek. Ze voelde de paniek. Het mócht niet, het kón niet. Niet nu.
De trein minderde vaart, ze telde elke seconde. De deuren schoven open en ze zoog haar longen vol met de koude winterlucht. Het had geen minuut langer moeten duren.
Weet je wat zo vreemd was? Niemand had haar opgemerkt, niemand had haar gezien. Sommigen keken wel, zo'n keurende blik die ze elke dag een aantal keer doorstond. Maar zíen, zien dat het misging?
Hij hád gebeld.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten