(Marloes)
‘Alstublieft Alstublieft Alstublieft Alstublieft Alstublieft Alstublieft Alstublieft, laat het goed gaan…’
Pratend: Waarom niet?
(Marilynn)
Pratend: De twijfel wint
(Rachel)
Pratend: Maar hij is er, in je hart, *Zingend* voor jou en mij...
(Marilynn)
Pratend: De twijfel wint
(Rachel)
Pratend: Maar hij is er, in je hart, *Zingend* voor jou en mij...
(Amy)
Ik weet niet wat ik denken moet
Wat wel wat niet geloven.
Wat is dat goed?
U zegt niks tegen mij
Ik voel niks van U bestaan in mij
Weet niet of U er bent
Maar ik hoop dat U mij kent
Zeg nu dan toch waarom,
Ik hier dan steeds weer kom
Ik wil bewijs, waar is U stem in mij?
(Rachel)
‘Ik zoek een bewijs. Geef me een bewijs! Laat me ze overtuigen. Zeg dan IETS! Toe dan, alstublieft! ... God, U houd van me. Ik weet het. Ik geloof in U. Maar zorg dan dat ik andere mensen kan doen geloven!’
Ik kijk door de smalle spleetjes in het riet. Voor zover ik het kan zien bekijk ik elke rij, stoel voor stoel, persoon voor persoon. Maar ik kan je niet vinden. Een licht paniekerig gevoel overstemt mijn zenuwen.
Waar ben je nou…?
De muziek begint te spelen. Bijna te laat besef ik dat ik als eerste op moet. Opeens sta ik daar, middenin de schijnwerpers. Verwachtingsvolle blikken. Oké, we gaan beginnen. ‘Ja, ik geloof het allemaal wél!’ zeg ik overtuigd. In de hoop dat jij het gehoord hebt, kijk ik, nu met vol zicht, de zaal in. Ik zie je niet.
Waar ben je nou…?
Weer even uit het zicht neem ik een besluit. Ik ga er van genieten, ook als jij er niet bent. Ik wilde graag dat je het zou zien, maar nu is het toch al te laat. Terwijl de anderen op het podium staan, moet ik wachten. Tijdens het repeteren was ik steeds bang dat ik me op dit moment verschrikkelijk zenuwachtig zou gaan maken. Gek genoeg ben ik juist kalm. Heel erg kalm. Want wat kan er nou eigenlijk mis gaan? Nog één keer gluur ik voorzichtig het publiek in.
Waar ben je nou…?
Een diepe zucht. Ik stap opnieuw de schijnwerpers in en ik zing. Ik vind het geweldig. Elke seconde dat ik er sta begin ik meer te genieten. ‘Yes, het gaat goed.’ Mijn stem trilt niet meer, zelfverzekerd sta ik daar, samen met drie vriendinnen, die stuk voor stuk supergoed zijn. We moeten gewoon op onszelf vertrouwen, dan komt alles goed. Alles waar ik bang voor was, bang dat het mis zou gaan, gaat alleen maar beter dan álle vorige keren. Geen vergeten teksten, geen valse noten, geen enorme misstappen.
Je hebt wel wat gemist, nu je er niet was...


