Voor J.
Het was een heldere nacht. Ik weet nog dat ik dat dacht, toen we samen door het donker liepen. We voelden ons vreemd. Jij was de enige die mij begreep, ik de enige die jou begreep. Voorzichtig liepen we over het grind. Het leek wel alsof we allebei aanvoelden dat niks dit moment mocht verstoren.
Bij het hek aangekomen, gingen we beide onze eigen weg. Door het mulle zand liep ik door de kudde. Daar stond ze. Haar silhouet tekende zich scherp af tegen de heldere lucht. Ik ging naar haar toe. Mijn vingers vonden haar manen, ik pakte haar stevig vast. Snikkend verborg ik mijn gezicht in haar hals. Ze snoof. Een tijdje bleven we zo staan. Toen was het genoeg. Ik gaf haar een kus op haar neus. Een laatste kus. Een klopje op haar hals, en ik ging terug, zonder om te kijken.
Ik had nog geen stap gezet of er kwam beweging om me heen. De hele kudde stoof langs me heen, in volle galop. Niemand liep tegen me op, er zat een zekere voorzichtigheid in hun passen. Het leek, alsof het vanzelfsprekend was.
Ik vervolgde mijn weg, weer terug, richting hek. Daar stond jij. Zonder iets te zeggen sloten we samen het hek. We keken elkaar aan, en omhelsden elkaar. Verdriet. Minutenlang stonden we daar. Ik hield je stevig vast, jij hield mij stevig vast. We hadden elkaar nodig, want we begrepen elkaar. Ik weet niet of het ook voor jou geldt, maar dit was hetgene wat ik het hardst nodig had op dat moment.
Samen liepen we terug. Langzaam. Geruststellend langzaam. We lieten elkaar niet meer los. Dat lukte niet. Dat kón niet.
Weer binnen, in de lichte, warme huiskamer, keken we elkaar nog één keer in onze betraande ogen. Het was afgelopen. 5 jaar lang, zag ik je bijna elke dag. Maar allebei wisten we dat dit niet meer zou lukken. Ik zou je gaan missen.
Nu, bijna een jaar later, weet ik dat ik toen gelijk had. Ik mis je. Je gezellige aanwezigheid, vrolijke verhalen, je hulp en goede raad... Gewoon jou. Ik mis jou gewoon.
Het was een heldere nacht. Ik weet nog dat ik dat dacht, toen we samen door het donker liepen. We voelden ons vreemd. Jij was de enige die mij begreep, ik de enige die jou begreep. Voorzichtig liepen we over het grind. Het leek wel alsof we allebei aanvoelden dat niks dit moment mocht verstoren.
Bij het hek aangekomen, gingen we beide onze eigen weg. Door het mulle zand liep ik door de kudde. Daar stond ze. Haar silhouet tekende zich scherp af tegen de heldere lucht. Ik ging naar haar toe. Mijn vingers vonden haar manen, ik pakte haar stevig vast. Snikkend verborg ik mijn gezicht in haar hals. Ze snoof. Een tijdje bleven we zo staan. Toen was het genoeg. Ik gaf haar een kus op haar neus. Een laatste kus. Een klopje op haar hals, en ik ging terug, zonder om te kijken.
Ik had nog geen stap gezet of er kwam beweging om me heen. De hele kudde stoof langs me heen, in volle galop. Niemand liep tegen me op, er zat een zekere voorzichtigheid in hun passen. Het leek, alsof het vanzelfsprekend was.
Ik vervolgde mijn weg, weer terug, richting hek. Daar stond jij. Zonder iets te zeggen sloten we samen het hek. We keken elkaar aan, en omhelsden elkaar. Verdriet. Minutenlang stonden we daar. Ik hield je stevig vast, jij hield mij stevig vast. We hadden elkaar nodig, want we begrepen elkaar. Ik weet niet of het ook voor jou geldt, maar dit was hetgene wat ik het hardst nodig had op dat moment.
Samen liepen we terug. Langzaam. Geruststellend langzaam. We lieten elkaar niet meer los. Dat lukte niet. Dat kón niet.
Weer binnen, in de lichte, warme huiskamer, keken we elkaar nog één keer in onze betraande ogen. Het was afgelopen. 5 jaar lang, zag ik je bijna elke dag. Maar allebei wisten we dat dit niet meer zou lukken. Ik zou je gaan missen.
Nu, bijna een jaar later, weet ik dat ik toen gelijk had. Ik mis je. Je gezellige aanwezigheid, vrolijke verhalen, je hulp en goede raad... Gewoon jou. Ik mis jou gewoon.
'Close your eyes so you don't feel them
they don't need to see you cry
I can't promise I will heal you
but if you want to I will try...'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten