Waarom denk ik toch altijd dat elk mens goed is? Dat je sommige dingen écht niet kunt maken tegenover je beste vrienden en het daarom ook écht niet doet? Dat je nooit liegt tegen die paar mensen waarvan je weet dat ze je voor de volle 100 % vertrouwen? Dat je je zó schuldig voelt als je een keer wél de fout in gaat en het daarom meteen opbiecht zodat het je hopelijk nog vergeven kan worden?
En waarom blijkt het in gódsnaam toch niet zo te zijn? Er zíjn mensen die gewoon compleet rót zijn van binnen, die hun vrienden álles flikken wat absoluut niet kan, die maanden, járen liegen en zo ontzettend schijnheilig vrolijk en blij tegen je doen. Er zíjn mensen die zich niet schuldig voelen en geen spijt hebben van hun daden. Er zíjn mensen die zó naief zijn, zo dom of ik noem het gewoon ont-zet-tend geméén...
Ik kan er niet bij. Ik zal altijd blijven denken aan de momenten dat je op je best was, dat we samen gelukkig waren, samen praatten, lachten.. Ik zal altijd blijven denken aan die lach op je gezicht, die twinkeling in je ogen, je blik, je aanrakingen..
Maar al mijn herinneringen aan jou, aan ons samen worden overschaduwd. Omdat jij compleet gestoord bent, een profiteur, iemand die niemand ooit kon vertrouwen, niemand nu kan vertrouwen en niemand al zal kunnen vertrouwen.
Liefde en haat liggen bij elkaar zeggen ze. Ik snap nu waarom.