Maar alles doet me aan jou denken. Mijn dromen, mijn muziek, het eindeloze vergelijken met anderen die maar niet aan je kunnen tippen...
Je was het beste deel van mij geworden maar nu is er niets meer van over dan een groot zwart gat dat al mijn zelfvertrouwen heeft weggezogen. Een messteek in mijn buik op de plek waar ooit vlinders zaten.
En wat ik ook doe, het gaat maar niet weg.
Ik wil schreeuwen, iets kapot maken en nog meer huilen dan ik al deed, maar ik kan het niet. Ik kan alleen maar doorgaan en hopen dat het slijt.
Hopen dat ik niet meer weet hoe je stem klinkt, hoe je blik er uit ziet, hoe je lippen proeven en je aanraking voelt.
Hopen dat ik niet meer weet hoe je stem klinkt, hoe je blik er uit ziet, hoe je lippen proeven en je aanraking voelt.
Ik wil niet toekijken hoe jij me steeds meer ontglipt. Ik vlucht dus verder, naar de stad van de liefde. En ik blijf hopen dat ik jou, mijn liefde vergeet.
Zonder je kan ik niet, maar met je inmiddels ook niet meer.